Ga verder naar de inhoud

KC04/22-0146

Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK

De directie heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de in de RAD’s ten laste gelegde feiten, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Andere PBA’s worden vermeld als getuige van de feiten. Het rapport is duidelijk. Het personeelslid dat het rapport heeft opgesteld, vermeldt geen twijfel in het rapport. Er zijn geen tegenstrijdigheden tussen het rapport en andere elementen uit het dossier. Er rust op de directie geen verplichting om camerabeelden te bekijken, voor zover er geen tegenindicaties zijn waardoor getwijfeld kan worden aan de feiten zoals beschreven in het RAD. De directie beslist in dat geval autonoom of zij het bekijken van de camerabeelden nuttig acht. Het stellen van bijkomende onderzoeksdaden, zoals het opvragen van camerabeelden, is wel nodig indien dit noodzakelijk blijkt om tot een zorgvuldige feitenvinding te komen. De klachtencommissie meent dat de directie haar onderzoek voldoende zorgvuldig gevoerd heeft door zich enkel te baseren op het RAD, daar dit uitgebreid en duidelijk was en er meerdere getuigen vermeld zijn en dat het niet onredelijk was om niet in te gaan op de vraag naar camerabeelden. De klachtencommissie oordeelt dan ook dat de tuchtinbreuken van de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee op basis van het gedrag en de uitlatingen van klager, zoals beschreven in de RAD’s, ten aanzien van de beambten bewezen zijn.

Daarnaast kwalificeerde de directie de feiten als het niet naleven van het huishoudelijk reglement. De directie verwijst in de motivering van de tuchtbeslissing niet naar de bepaling uit het huishoudelijk reglement waarvan zij meent dat deze geschonden is. Het is niet aan klager om zelf uit te zoeken welke bepaling van het huishoudelijk reglement hij geschonden zou hebben: de directie dient dit klaar en duidelijk weer te geven in de motivering van haar beslissing. Aangezien dit niet het geval is, kan de kwalificatie van het niet-naleven van het huishoudelijk reglement volgens de klachtencommissie dan ook niet overeind blijven.

De tuchtprocedure is wettelijk verlopen. De sanctie is redelijk en billijk.

De klacht is gedeeltelijk gegrond.