KC04/22-0109
Non fondée
Fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
Fouille à corps
FOUILLE - MOTIVERING - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De directeur kan de fouillering op het lichaam bevelen in de gevallen waarin hij oordeelt dat er met betrekking tot een bepaalde gedetineerde individuele aanwijzingen bestaan dat het onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De klachtencommissie stelt vast dat uit de schriftelijke weerslag van de beslissing tot fouille niet blijkt of deze aan klager betekend werd, aangezien men enkel aangekruist heeft dat hij weigerde te tekenen maar hierbij geen melding gemaakt is van een datum en uur. Mede gelet op de ernst van de gebeurtenissen die avond, is de vermoedelijke niet-betekening van de beslissing aan klager van dien aard dat ze de wettigheid van de beslissing aantast. De klacht tegen de fouille is gegrond.
De directeur kan een voorlopige maatregel nemen in afwachting van de tuchtprocedure.. De voorlopige maatregel is gemotiveerd en genomen door de directie. De directie kon beslissen dat er sprake was van een ernstige aantasting van de interne veiligheid. De beslissing tot voorlopige maatregel was verantwoord. De klacht tegen de voorlopige maatregel is ongegrond.
De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de in de RAD’s ten laste gelegde feiten, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA’s. Andere personeelsleden worden vermeld als getuige. De rapporten zijn duidelijk en uitgebreid. Klager voert an sich geen verweer tegen de vastgestelde tuchtinbreuken, hij stelt enkel dat het oneerlijk is dat hij zou moeten opdraaien voor alle verboden voorwerpen en substanties die op zijn cel gevonden zijn aangezien deze nog van de vorige celbewoner waren en hij ze de dag nadien ging aangeven. De klachtencommissie meent dat dat irrelevant is aangezien de tuchtinbreuk omtrent de verboden substanties en voorwerpen hoe dan ook bewezen is door het (toegegeven) gebruik van de benzodiazepines. Aangezien hij deze van een medegedetineerde ontvangen had, zijn deze in hoofde van klager verboden. Gebruik impliceert een voorafgaand bezit. De klachtencommissie besluit dat de tuchtinbreuken bewezen zijn en de opgelegde straf wettelijk, billijk en redelijk is, gelet op de ernst van de omstandigheden en de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.
De directeur kan de fouillering op het lichaam bevelen in de gevallen waarin hij oordeelt dat er met betrekking tot een bepaalde gedetineerde individuele aanwijzingen bestaan dat het onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De klachtencommissie stelt vast dat uit de schriftelijke weerslag van de beslissing tot fouille niet blijkt of deze aan klager betekend werd, aangezien men enkel aangekruist heeft dat hij weigerde te tekenen maar hierbij geen melding gemaakt is van een datum en uur. Mede gelet op de ernst van de gebeurtenissen die avond, is de vermoedelijke niet-betekening van de beslissing aan klager van dien aard dat ze de wettigheid van de beslissing aantast. De klacht tegen de fouille is gegrond.
De directeur kan een voorlopige maatregel nemen in afwachting van de tuchtprocedure.. De voorlopige maatregel is gemotiveerd en genomen door de directie. De directie kon beslissen dat er sprake was van een ernstige aantasting van de interne veiligheid. De beslissing tot voorlopige maatregel was verantwoord. De klacht tegen de voorlopige maatregel is ongegrond.
De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de in de RAD’s ten laste gelegde feiten, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA’s. Andere personeelsleden worden vermeld als getuige. De rapporten zijn duidelijk en uitgebreid. Klager voert an sich geen verweer tegen de vastgestelde tuchtinbreuken, hij stelt enkel dat het oneerlijk is dat hij zou moeten opdraaien voor alle verboden voorwerpen en substanties die op zijn cel gevonden zijn aangezien deze nog van de vorige celbewoner waren en hij ze de dag nadien ging aangeven. De klachtencommissie meent dat dat irrelevant is aangezien de tuchtinbreuk omtrent de verboden substanties en voorwerpen hoe dan ook bewezen is door het (toegegeven) gebruik van de benzodiazepines. Aangezien hij deze van een medegedetineerde ontvangen had, zijn deze in hoofde van klager verboden. Gebruik impliceert een voorafgaand bezit. De klachtencommissie besluit dat de tuchtinbreuken bewezen zijn en de opgelegde straf wettelijk, billijk en redelijk is, gelet op de ernst van de omstandigheden en de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.