KC04/22-0082
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - BEWIJS - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de orde. De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de in de RAD’s ten laste gelegde feiten, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. De rapporten zijn duidelijk en vermelden geen twijfel. Klager zegt dat hij geen aandeel had in het conflict en zich tot tweemaal toe heeft teruggetrokken. In het RAD staat evenwel dat de twee gedetineerden uit elkaar gehaald moesten worden op wandeling hetgeen op een betrokkenheid van klager wijst. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende tegenindicaties aanhaalt. De directie kon zich dan ook in dit geval baseren op de twee rapporten om de tuchtinbreuk te beoordelen. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.
Er is een ordemaatregel genomen waarbij klager afgezet wordt van zijn functie als keukenwerker. Een gedetineerde heeft het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. De directeur staat in voor de toewijzing van arbeid aan gedetineerden die om arbeid verzocht hebben. Het toewijzen van arbeid is een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. De directeur oordeelt vrij over de geschiktheid van de gedetineerde voor een bepaalde werkplaats of een bepaalde functie. Evenzeer kan de directeur ook beslissen een gedetineerde af te zetten van het werk omdat de gedetineerde het werk bijvoorbeeld niet correct uitvoert, of een tuchtinbreuk begaat die de werkrelatie onmogelijk maakt. In dat laatste geval dient de maatregel schriftelijk genomen te zijn, met vermelding van de redenen van de beslissing. De redenen dienen de gedetineerde toe te laten te begrijpen waarom het werk niet langer als “passend werk” kan worden beschouwd. De directeur kon klager ontslaan uit zijn functie, gelet op de bewezen geachte tuchtinbreuk (de opzettelijke aantasting van de orde) waardoor klager niet meer geschikt geacht werd om te werken in de keuken (een omgeving met gevaarlijke voorwerpen); De klacht tegen de ordemaatregel is ongegrond.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de orde. De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de in de RAD’s ten laste gelegde feiten, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. De rapporten zijn duidelijk en vermelden geen twijfel. Klager zegt dat hij geen aandeel had in het conflict en zich tot tweemaal toe heeft teruggetrokken. In het RAD staat evenwel dat de twee gedetineerden uit elkaar gehaald moesten worden op wandeling hetgeen op een betrokkenheid van klager wijst. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende tegenindicaties aanhaalt. De directie kon zich dan ook in dit geval baseren op de twee rapporten om de tuchtinbreuk te beoordelen. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.
Er is een ordemaatregel genomen waarbij klager afgezet wordt van zijn functie als keukenwerker. Een gedetineerde heeft het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. De directeur staat in voor de toewijzing van arbeid aan gedetineerden die om arbeid verzocht hebben. Het toewijzen van arbeid is een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. De directeur oordeelt vrij over de geschiktheid van de gedetineerde voor een bepaalde werkplaats of een bepaalde functie. Evenzeer kan de directeur ook beslissen een gedetineerde af te zetten van het werk omdat de gedetineerde het werk bijvoorbeeld niet correct uitvoert, of een tuchtinbreuk begaat die de werkrelatie onmogelijk maakt. In dat laatste geval dient de maatregel schriftelijk genomen te zijn, met vermelding van de redenen van de beslissing. De redenen dienen de gedetineerde toe te laten te begrijpen waarom het werk niet langer als “passend werk” kan worden beschouwd. De directeur kon klager ontslaan uit zijn functie, gelet op de bewezen geachte tuchtinbreuk (de opzettelijke aantasting van de orde) waardoor klager niet meer geschikt geacht werd om te werken in de keuken (een omgeving met gevaarlijke voorwerpen); De klacht tegen de ordemaatregel is ongegrond.
Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence BC/22-0239