KC04/22-0072
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - ORDEMAATREGEL - MUTATIE
Klager is gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de orde, het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. De directie baseert zich voor deze inbreuken op het RAD. Het rapport is duidelijk opgesteld en een andere PBA is getuige van de feiten. Klager geeft geen overtuigende tegenindicaties, wel integendeel, hij geeft de inbreuken toe op de hoorzitting in het kader van de tuchtprocedure. De directie kon de tuchtinbreuken bewezen achten. De sanctie is wettelijk, redelijk en billijk. De klacht is ongegrond.
De bevoegdheid van de directeur om te beslissen op welke sectie of cel een gedetineerde verblijft wordt niet nader geregeld in de wet waardoor ook de beslissingen die hij of zij in dat kader kan nemen niet aan specifieke voorwaarden dienen te voldoen. Het betreft een discretionaire bevoegdheid. De directie besliste klager te muteren naar het gesloten regime omdat hij de orde op de sectie verstoord had door beledigingen naar een beambte te roepen. In het leefreglement van deze vleugel staat dat het respect naar andere gedetineerden en het personeel de basis is om te kunnen verblijven op het open regime. De klachtencommissie acht de (totstandkoming van de) deze ordemaatregel niet onwettig en merkt op dat de beslissing werd gemotiveerd. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing in verhouding staat met de vaststellingen. De klacht is ongegrond.
Klager is gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de orde, het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. De directie baseert zich voor deze inbreuken op het RAD. Het rapport is duidelijk opgesteld en een andere PBA is getuige van de feiten. Klager geeft geen overtuigende tegenindicaties, wel integendeel, hij geeft de inbreuken toe op de hoorzitting in het kader van de tuchtprocedure. De directie kon de tuchtinbreuken bewezen achten. De sanctie is wettelijk, redelijk en billijk. De klacht is ongegrond.
De bevoegdheid van de directeur om te beslissen op welke sectie of cel een gedetineerde verblijft wordt niet nader geregeld in de wet waardoor ook de beslissingen die hij of zij in dat kader kan nemen niet aan specifieke voorwaarden dienen te voldoen. Het betreft een discretionaire bevoegdheid. De directie besliste klager te muteren naar het gesloten regime omdat hij de orde op de sectie verstoord had door beledigingen naar een beambte te roepen. In het leefreglement van deze vleugel staat dat het respect naar andere gedetineerden en het personeel de basis is om te kunnen verblijven op het open regime. De klachtencommissie acht de (totstandkoming van de) deze ordemaatregel niet onwettig en merkt op dat de beslissing werd gemotiveerd. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing in verhouding staat met de vaststellingen. De klacht is ongegrond.