Ga verder naar de inhoud

KC04/22-0057

Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - RECHT OP TEGENSPRAAK - BEZOEK - PROPORTIONALITEIT

De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van 30 dagen geen bezoek zonder toezicht voor de bezoekster van klager. Als bijzondere sanctie kan de omgang met bezoekers worden beperkt of ontzegd. Indien het gaat over bepaalde familieleden , dan kan er glasbezoek worden opgelegd. De directie motiveert de tuchtbeslissing o.a. als volgt: “Op de hoorzitting verklaarde de directeur dat het bezoek had moeten doorgaan. Deze verklaring trekt de directeur in nadat hij een aantal onderzoeksdaden heeft verricht. Het ongestoord bezoek van betrokkene is geannuleerd door een directeur omwille van het gedrag dat [klager] stelde na het onrechtmatig verlaten van de les en het laattijdig arriveren van zijn bezoekster.” Uit het verslag van de hoorzitting blijkt nergens dat klager met deze onderzoeksdaden is geconfronteerd geweest. Evenmin is het duidelijk om welke onderzoeksdaden het precies gaat. De onderzoeksdaden moeten gesteld zijn geweest na de hoorzitting van klager. Klager heeft hierover geen tegenspraak kunnen voeren. Het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging is bijgevolg geschonden. De klacht tegen de tuchtbeslissing is gegrond.
Verder blijkt dat er reeds gevolg gegeven is aan het gedrag van klager, met name de annulering van het ongestoord bezoek van klager. Hiermee heeft de directie onvoldoende rekening gehouden bij het opleggen van de sanctie, waardoor de sanctie bovendien onredelijk en onbillijk is. Klager kan het gemiste maandelijks ongestoord bezoek inplannen bovenop de normaal geplande of voorziene ongestoorde bezoeken.