Ga verder naar de inhoud

KC02/25-0230

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - GEINTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID

De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van de gevangenis van Antwerpen.

Klager werd gesanctioneerd wegens ‘het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de directie ook (een) andere inbreuk(en) weerhoudt naar aanleiding van feiten van bedreigingen en fysieke agressie, maar vermeldt deze niet bij het aanduiden van de tuchtinbreuken bovenaan in haar beslissing.

Klager werd oorspronkelijk gesanctioneerd met 30 dagen ATV, maar de directie stelt in haar verweer dat de tuchtsanctie later werd herleid naar 21 dagen omdat klager getuigde van schuldinzicht.

De Basiswet stelt dat een gedetineerde enkel schuldig kan worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtinbreuk “wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht.” Deze voorafgaande beoordeling is in het bijzonder van belang in het geval van geïnterneerden. Een geïnterneerde is immers op grond van een beslissing van een rechter - daarin geadviseerd door een forensisch psychiatrisch deskundige - ontoerekeningsvatbaar verklaard, omdat hij/zij “op het ogenblik van de beslissing aan een geestesstoornis lijdt die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast.”
De directie motiveert in haar beslissing niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk. Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had.

De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.

De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op de tuchtsanctie onmiddellijk stop te zetten en elk spoor van de tuchtbeslissing uit het tuchtregister van klager te wissen. Gelet op de hoogdringendheid van dit dossier is de prioriteit naar het oordeel van de klachtencommissie dat de onwettige tuchtsanctie onmiddellijk wordt stopgezet. De klachtencommissie acht het niet opportuun om het dossier verder te vertragen door klager te bevragen omtrent de gewenste tegemoetkoming of ambtshalve een tegemoetkoming te bepalen. In beide gevallen dient de directie daaromtrent dan nog te worden gehoord. De klachtencommissie kent daarom geen tegemoetkoming toe.