Ga verder naar de inhoud

KC02/25-0001

Non fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - VERBODEN SUBSTANTIES - PROPORTIONALITEIT

De klacht betreft de tuchtbeslissing van 04/01/2025 van de directie van de gevangenis van Antwerpen.

De aangevochten beslissing betreft in deze zaak een tuchtbeslissing van 04/01/2025. De voorwaarden waaronder de directeur zo’n beslissingen kan nemen, zijn wettelijk vastgelegd. Klager kreeg in voorliggende zaak 30 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan:
- Het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties
- Het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen met betrekking tot de voorwerpen die in het bezit worden gesteld of gelaten van de gedetineerde.

Klager erkent op de tuchtzitting de feiten alsook in zijn klachtenformulier erkent hij dat hij de bal opgeraapt heeft omdat hij nieuwsgierig was. De klachtencommissie ziet dan ook geen redenen om te twijfelen aan tuchtinbreuken. Klager kreeg het maximum voor deze tuchtinbreuken. Klager stelt dat de tuchtsanctie van 30 dagen
ATV te zwaar en verwijst naar andere gedetineerden die in soortgelijke situaties minder kregen. De klachtencommissie verwijst naar de Basiswet die stelt dat de directeur bij de toemeting van een tuchtsanctie rekening dient te houden met de ernst van de inbreuk, de omstandigheden waarin zij plaatsvond, verzachtende omstandigheden en met de voorlopige maatregelen. Dit is voor iedere situatie verschillend en valt dus niet te vergelijken met andere gedetineerden.

De klachtencommissie merkt op dat het niet de eerste keer is dat klager gesanctioneerd werd omwille van verboden substanties. Klager verblijft ook al enige tijd in de gevangenis van Antwerpen en is dus goed op de hoogte van de regel dat overgegooide zaken niet opgenomen mogen worden. De klachtencommissie acht de tuchtsanctie dan ook in verhouding tot de gepleegde feiten. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.