Ga verder naar de inhoud

KC02/24-0335

Fondée Irrecevable KC - Antwerpen Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière Disciplinaire Pas de décision du directeur Mesure d'ordre Régime de sécurité particulier individuel
GEÏNTERNEERDE - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - MEDISCH - FOUILLE OP HET LICHAAM - TERMIJN - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - MOTIVERING - ORDEMAATREGEL

De klacht betreft
- een naaktfouille
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing
- een bijzondere veiligheidsmaatregel
- een individueel bijzonder veiligheidsregime
- een ordemaatregel

De klacht inzake de hartmedicatie:
Een beslissing van de arts, zoals het toedienen van medicatie, maakt geen beslissing van de directeur uit. Hiertegen kan dan ook geen klacht worden ingediend bij de klachtencommissie. Daarom is deze klacht niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.

De klacht inzake de naaktfouille:
Klager beklaagt zich over een naaktfouille van 1/11/2024 of 11/11/2024. De klachtencommissie is van oordeel dat de exacte datum op het klachtenformulier onduidelijk is. Voor het overige gaat klager niet verder in op zijn klacht omtrent de naaktfouille. Uit het schriftelijk verweer van de directie blijkt dat op geen van beide data een beslissing tot naaktfouille t.a.v. klager werd genomen. Bovendien dateert klagers klachtenformulier van 23 december 2024. In de mate dat hij klacht indient tegen een naaktfouille die zou hebben plaatsgevonden op 1 dan wel 11 november 2024, is de klacht niet-ontvankelijk wegens het overschrijden van de termijn. De klacht is niet-ontvankelijk.

De klacht inzake de voorlopige maatregel:
Klager beklaagt zich over een voorlopige maatregel van 24/12/2024. Voor het overige gaat klager niet verder in op zijn klacht omtrent de tuchtbeslissing.
Uit het schriftelijk verweer van de directie blijkt dat er op die datum geen voorlopige maatregel werd genomen t.a.v. klager. De klachtencommissie beschouwt de klacht daarom als niet-bestaande omdat er geen beslissing (tot voorlopige maatregel) van de directie voorligt. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.

De klacht inzake de tuchtbeslissing:
Hetzelfde geldt voor de klacht inzake de tuchtbeslissing van 28/12/2024. Uit het schriftelijk verweer van de directie blijkt dat er geen enkele tuchtprocedure werd gevoerd tegen klager sinds zijn verblijf in de gevangenis van Antwerpen. De klachtencommissie beschouwt de klacht daarom als niet-bestaande omdat er geen beslissing (tot tuchtbeslissing) van de directie voorligt. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.

De klacht inzake de bijzondere veiligheidsmaatregel (BVM):
De klachtencommissie behandelt de eerste klacht d.d. 18/12/2024 (tegen “alle veiligheids- en isolatiemaatregelen”) en de tweede klacht d.d. 23/12/2025 (tegen de bijzondere veiligheidsmaatregel) samen. Uit het dossier blijkt dat klager onder BVM werd geplaatst op 25/11/2024. De BVM werd verlengd op 2/12/24, 9/12/24 en 15/12/24. Aangezien klagers klachten dateren van 18/12/2024 (eerste) en 23/12/2024 (tweede), gaat de klachtencommissie er vanuit dat zijn klacht zich richt tegen de laatste verlenging van klagers BVM, d.d. 15/12/2024.

De directie geeft in de motivering van de verlenging van de BVM d.d. 15/12/2024 op geen enkele manier aan waarom zij van oordeel is dat er nog steeds een bijzondere veiligheidsmaatregel opgelegd moet worden tegenover klager. De motiveringen van BVM 3 en BVM 4 zijn identiek. Het enige verschil zijn feitelijke elementen die werden toegevoegd. Het is echter aan de directie om te motiveren waarom deze nieuwe feitelijke elementen de directie tot de conclusie doen komen dat een BVM noodzakelijk is. De directie schendt haar motiveringsplicht uit artikel 112 en artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht tegen BVM 4 gegrond.

De klacht inzake het individueel bijzonder veiligheidsregime (IBVR):
Ook de klacht tegen de ordemaatregel van 18/12/2024 is niet-ontvankelijk. Uit het schriftelijk verweer van de directie blijkt dat er geen enkele ordemaatregel werd genomen t.a.v. klager sinds zijn verblijf in de gevangenis van Antwerpen. De klachtencommissie beschouwt de klacht daarom als niet-bestaande omdat er geen beslissing (tot ordemaatregel) van de directie voorligt. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.