KC02/24-0308
Fondée
KC - Antwerpen
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - TUCHT - MEDIA - VERBODEN VOORWERPEN - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - CELMUTATIE - MOTIVERING - BEWIJS - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - TEGEMOETKOMING
De klacht betreft een tuchtbeslissing en een voorlopige maatregel van de directie van de gevangenis van Antwerpen.
Wat betreft de voorlopige maatregel:
De Basiswet voorziet dat de directeur de in de Basiswet omschreven voorlopige maatregelen kan nemen in afwachting van een tuchtprocedure in geval van
- een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid of indien door het aanzetten of voeren van collectieve acties de veiligheid in de gevangenis ernstig in gevaar wordt gebracht;
- een gevaar voor de orde of de veiligheid.
Klager kreeg een voorlopige maatregel opgelegd voor “de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid”. Klager werd hierdoor op de beveiligde cel geplaatst. De voorlopige maatregel werd niet gemotiveerd. De voorlopige maatregel vermeldt louter “geplaatst iov de directie”. De klachtencommissie kan niet nagaan of voldaan was aan de wettelijke voorwaarden van de voorlopige maatregel. In elk geval is de motiveringsplicht zoals gewaarborgd door artikel 8 van de basiswet geschonden, aangezien op geen enkele manier wordt gemotiveerd waarom klager onder voorlopige maatregel werd geplaatst. De klacht is gegrond. De directie erkent dit bovendien. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel. Zij kent aan klager een tegemoetkoming toe van één extra wandeling.
Wat betreft de tuchtbeslissing:
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor
- het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken
- de opzettelijke aantasting van de orde
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen
Ten aanzien van klager werden twee RADs opgesteld:
- een RAD van 5/12/2024 gedaan om 8u00
- een RAD van 5/12/2024 gedaan om 10u10
Op de tuchtrechtelijke hoorzitting voert klager aan dat hij “geen namen [kan] zeggen” en dat hij “geen ruzie [wil] maar van [hem] is het [de gsm] niet.” Wat betreft het incident inzake de celmutatie, legt klager uit dat hij veel had opgebouwd in die cel. Hij heeft de muren geschilderd en is de oudste daar op cel. Hij meent dat de manier waarop de celmutatie gebeurde “niet correct” was, dat “maakte [hem] een beetje agressief.” Klager legt uit dat hij niet de bedoeling had om dreigend over te komen. Hij had de stok genomen om zijn celgenoten achteruit te laten gaan, zodat hij rustig in overleg kon gaan met de penitentiair beambte. De directie achtte de tuchtinbreuken als bewezen.
Wat betreft de celmutatie:
De klachtencommissie meent dat het RAD van 5/12/2024 gedaan om 8u00 duidelijk en gedetailleerd is. Het beschrijft uitvoerig de rol van klager in het incident.
Bovendien ontkent klager de feiten niet op de tuchtrechtelijke hoorzitting. Hij geeft weliswaar aan dat hij niet de bedoeling had bedreigend over te komen wanneer hij de stok oppakte. Hij had slechts de bedoeling om zijn celgenoten achteruit te duwen, zodat hij het gesprek kon aangaan aan het winket met de penitentiair beambte, aldus klager. Hoewel klagers uitleg enige omkadering biedt aan het incident, doet dit echter geen afbreuk aan het feit dat klagers gedrag een tuchtinbreuk uitmaakt.
De directie kon de feiten dan ook redelijkerwijze als bewezen beschouwen en kwalificeren als “de opzettelijke aantasting van de orde”. Echter, de klachtencommissie meent dat de directie onvoldoende gemotiveerd heeft welke bepalingen uit het huishoudelijk reglement (“HHR”) klager heeft geschonden met zijn gedrag. Volgens artikel 8 van de basiswet dient elke beslissing die in het kader van deze wet wordt genomen, gemotiveerd te worden. Aangezien de directie nalaat te vermelden welke bepalingen uit het HHR klager heeft geschonden en wat hem ten laste wordt gelegd, voldoet de tuchtbeslissing niet aan de motiveringsplicht. Om deze reden, vernietigt de klachtencommissie de tuchtinbreuk.
Wat betreft de gsm:
Op de tuchtrechtelijke hoorzitting confronteert de directie klager met het feit dat de gsm werd teruggevonden in een bus melk in klagers spullen, alsook met het feit dat ze de telefoonlogs van klager heeft onderzocht en vaststelt dat hij al een tweetal weken niet gebeld heeft. Klager antwoordt dat hij geen namen wilt noemen omdat hij geen ruzie wilt, maar ontkent dat de gsm aan hem toebehoort. De klachtencommissie meent dat de directie in dit geval redelijkerwijze kon besluiten dat klagers
verweer onvoldoende was om de elementen uit het dossier te weerleggen: het feit dat de gsm werd teruggevonden in klagers spullen en de resultaten die blijken uit het bijkomend onderzoek van de directie. De directie kon de tuchtrechtelijke feiten dan ook redelijkerwijze als toerekenbaar aan klager beschouwen en kwalificeren als “het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken”.
Beide tuchtinbreuken zijn inbreuken van de eerste categorie. De maximumsanctie voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is 30 dagen ATV. Klager kreeg een tuchtsanctie opgelegd van 21 dagen ATV. De tuchtsanctie is in elk geval dus wettelijk. Bovendien acht de klachtencommissie de tuchtsanctie niet onredelijk, gegeven het feit dat klager gesanctioneerd werd voor twee tuchtrechtelijke feiten – het incident inzake de celmutatie en de gsm
–, die twee tuchtinbreuken uitmaken. Het feit dat de derde tuchtinbreuk – niet-naleving van het HHR
– geschrapt wordt, doet hieraan geen afbreuk. De twee tuchtrechtelijke feiten blijven immers overeind.
Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond, wat betreft de tuchtinbreuk “het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.
De klacht betreft een tuchtbeslissing en een voorlopige maatregel van de directie van de gevangenis van Antwerpen.
Wat betreft de voorlopige maatregel:
De Basiswet voorziet dat de directeur de in de Basiswet omschreven voorlopige maatregelen kan nemen in afwachting van een tuchtprocedure in geval van
- een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid of indien door het aanzetten of voeren van collectieve acties de veiligheid in de gevangenis ernstig in gevaar wordt gebracht;
- een gevaar voor de orde of de veiligheid.
Klager kreeg een voorlopige maatregel opgelegd voor “de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid”. Klager werd hierdoor op de beveiligde cel geplaatst. De voorlopige maatregel werd niet gemotiveerd. De voorlopige maatregel vermeldt louter “geplaatst iov de directie”. De klachtencommissie kan niet nagaan of voldaan was aan de wettelijke voorwaarden van de voorlopige maatregel. In elk geval is de motiveringsplicht zoals gewaarborgd door artikel 8 van de basiswet geschonden, aangezien op geen enkele manier wordt gemotiveerd waarom klager onder voorlopige maatregel werd geplaatst. De klacht is gegrond. De directie erkent dit bovendien. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel. Zij kent aan klager een tegemoetkoming toe van één extra wandeling.
Wat betreft de tuchtbeslissing:
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor
- het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken
- de opzettelijke aantasting van de orde
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen
Ten aanzien van klager werden twee RADs opgesteld:
- een RAD van 5/12/2024 gedaan om 8u00
- een RAD van 5/12/2024 gedaan om 10u10
Op de tuchtrechtelijke hoorzitting voert klager aan dat hij “geen namen [kan] zeggen” en dat hij “geen ruzie [wil] maar van [hem] is het [de gsm] niet.” Wat betreft het incident inzake de celmutatie, legt klager uit dat hij veel had opgebouwd in die cel. Hij heeft de muren geschilderd en is de oudste daar op cel. Hij meent dat de manier waarop de celmutatie gebeurde “niet correct” was, dat “maakte [hem] een beetje agressief.” Klager legt uit dat hij niet de bedoeling had om dreigend over te komen. Hij had de stok genomen om zijn celgenoten achteruit te laten gaan, zodat hij rustig in overleg kon gaan met de penitentiair beambte. De directie achtte de tuchtinbreuken als bewezen.
Wat betreft de celmutatie:
De klachtencommissie meent dat het RAD van 5/12/2024 gedaan om 8u00 duidelijk en gedetailleerd is. Het beschrijft uitvoerig de rol van klager in het incident.
Bovendien ontkent klager de feiten niet op de tuchtrechtelijke hoorzitting. Hij geeft weliswaar aan dat hij niet de bedoeling had bedreigend over te komen wanneer hij de stok oppakte. Hij had slechts de bedoeling om zijn celgenoten achteruit te duwen, zodat hij het gesprek kon aangaan aan het winket met de penitentiair beambte, aldus klager. Hoewel klagers uitleg enige omkadering biedt aan het incident, doet dit echter geen afbreuk aan het feit dat klagers gedrag een tuchtinbreuk uitmaakt.
De directie kon de feiten dan ook redelijkerwijze als bewezen beschouwen en kwalificeren als “de opzettelijke aantasting van de orde”. Echter, de klachtencommissie meent dat de directie onvoldoende gemotiveerd heeft welke bepalingen uit het huishoudelijk reglement (“HHR”) klager heeft geschonden met zijn gedrag. Volgens artikel 8 van de basiswet dient elke beslissing die in het kader van deze wet wordt genomen, gemotiveerd te worden. Aangezien de directie nalaat te vermelden welke bepalingen uit het HHR klager heeft geschonden en wat hem ten laste wordt gelegd, voldoet de tuchtbeslissing niet aan de motiveringsplicht. Om deze reden, vernietigt de klachtencommissie de tuchtinbreuk.
Wat betreft de gsm:
Op de tuchtrechtelijke hoorzitting confronteert de directie klager met het feit dat de gsm werd teruggevonden in een bus melk in klagers spullen, alsook met het feit dat ze de telefoonlogs van klager heeft onderzocht en vaststelt dat hij al een tweetal weken niet gebeld heeft. Klager antwoordt dat hij geen namen wilt noemen omdat hij geen ruzie wilt, maar ontkent dat de gsm aan hem toebehoort. De klachtencommissie meent dat de directie in dit geval redelijkerwijze kon besluiten dat klagers
verweer onvoldoende was om de elementen uit het dossier te weerleggen: het feit dat de gsm werd teruggevonden in klagers spullen en de resultaten die blijken uit het bijkomend onderzoek van de directie. De directie kon de tuchtrechtelijke feiten dan ook redelijkerwijze als toerekenbaar aan klager beschouwen en kwalificeren als “het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken”.
Beide tuchtinbreuken zijn inbreuken van de eerste categorie. De maximumsanctie voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is 30 dagen ATV. Klager kreeg een tuchtsanctie opgelegd van 21 dagen ATV. De tuchtsanctie is in elk geval dus wettelijk. Bovendien acht de klachtencommissie de tuchtsanctie niet onredelijk, gegeven het feit dat klager gesanctioneerd werd voor twee tuchtrechtelijke feiten – het incident inzake de celmutatie en de gsm
–, die twee tuchtinbreuken uitmaken. Het feit dat de derde tuchtinbreuk – niet-naleving van het HHR
– geschrapt wordt, doet hieraan geen afbreuk. De twee tuchtrechtelijke feiten blijven immers overeind.
Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond, wat betreft de tuchtinbreuk “het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.