Ga verder naar de inhoud

KC02/24-0305

Fondée Irrecevable KC - Antwerpen Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire Fouille à corps
FOUILLE OP HET LICHAAM - MOTIVERING - VERBODEN VOORWERPEN - VOORLOPIGE MAATREGEL - BEVOEGDHEID - TUCHT - MEDIA - VERMOEDEN VAN ONSCHULD - KWALIFICATIE INBREUK

De klacht is drievoudig en betreft
- een naaktfouille
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing

Wat betreft de naaktfouille:
De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de beslissing geen concrete, individuele en actuele elementen aanhaalt waarom men het vermoeden had dat klager een GSM op het lichaam had. Bovendien motiveert de directeur in de beslissing niet waarom een onderzoek aan de kledij niet voldoende zou zijn. Tot slot merkt de klachtencommissie op dat de fouille op het lichaam niet ondertekend werd door de directeur.
De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een onderzoek aan het lichaam niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden bepaald in de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond.

Wat betreft de voorlopige maatregel:
Het klachtenbureau antwoordde per kerende mail d.d. 21/1/2025 dat er geen voorlopige maatregel werd genomen t.a.v. van klager. De klachtencommissie beschouwt dit deel van de klacht daarom als nietontvankelijk, aangezien er geen sprake is van een (bestaande) beslissing van de directeur.

Wat betreft de tuchtbeslissing:
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor
- het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties
- het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken
Ten aanzien van klager werd een RAD opgesteld. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting geeft klager toe te weten dat de gsm in zijn matras verstopt was, maar ontkent dat deze aan hem toebehoort. De directie achtte klager schuldig aan twee tuchtinbreuken.

De klachtencommissie wijst de directie erop dat (tuchtrechtelijke) voorgaanden niet in aanmerking kunnen worden genomen bij beoordeling van de individuele toerekenbaarheid van een tuchtfeit aan een gedetineerde. Dit maakt een schending uit van het vermoeden van onschuld. Daarnaast is de klachtencommissie van oordeel dat de louter passieve houding van klager waarbij hij de directie niet heeft ingelicht over de GSM op zijn cel, niet volstaat om het tuchtfeit individueel aan klager toe te rekenen. De klachtencommissie meent immers dat op klager geen positieve verplichting kan rusten om de directie op de hoogte te brengen van tuchtrechtelijke inbreuken gepleegd door zijn celgenoten. Er is immers een internationale consensus dat gedetineerden niet verplicht kunnen worden incidenten of tuchtinbreuken te melden waarbij andere gevangenen betrokken zijn, aangezien dergelijke aanname leidt tot spanningen, geweld en intimidatie tussen gedetineerden onderling. Hierbij riskeren in het bijzonder zwakkere gedetineerden uitgebuit te worden. Dergelijke veronderstelling leidt op haar beurt aldus tot een situatie van gevaar voor de interne veiligheid.

Tot slot merkt de klachtencommissie op dat een GSM geen verboden voorwerp volgens de wet is. De kwalificatie “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” dient dan ook te worden vernietigd.

Om bovenstaande redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie draagt de directie op om een nieuwe tuchtbeslissing te nemen, waarbij zij
- zich enkel baseert op het feit dat de GSM onder klagers matras werd teruggevonden om het tuchtfeit aan klager toe te rekenen
- het tuchtfeit enkel kwalificeert als “het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken”
- de overige elementen van de tuchtbeslissing, in het bijzonder de elementen van tuchtrechtelijke voorgaanden en passieve deelname, alsook de kwalificatie van het tuchtfeit als verboden voorwerp, achterwege laat.