Ga verder naar de inhoud

KC02/24-0193

Non fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - VERBODEN VOORWERPEN

De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.

Het rapport aan de directeur (RAD) beschrijft de vondst van een bruine substantie en een ontmanteld Gillet scheermesje onder een aantal papieren die gericht zijn aan klager. Naar aanleiding van dit RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.

Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting geeft klager aan dat het mesje inderdaad van hem is, maar dat hij geen weet heeft van de gevonden verboden substantie op dezelfde plaats. De directie stelt in haar tuchtbeslissing dat zij er door deze vindplaats van de drugs vanuit gaat dat ook deze aan klager toebehoren, net als de papieren en het mesje.
De klachtencommissie is van oordeel dat dit inderdaad een geloofwaardige reden is om aan te nemen dat de verboden substantie aan klager toebehoort. De feiten zijn dan ook afdoende bewezen. De directie heeft dit duidelijk gemotiveerd in haar tuchtbeslissing. Het betreft een tuchtinbreuk van de eerste categorie die gesanctioneerd kan worden met maximaal 30 dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (ATV). De sanctie van 10 dagen ATV is wettig. De sanctie is ook niet onredelijk of onbillijk gelet op de omstandigheden en het tuchtregister van klager. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.