KC02/24-0169
Non fondée
KC - Antwerpen
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.
Het rapport aan de directeur (RAD) beschrijft hoe een beambte lawaai hoorde van gedetineerden die riepen naar een andere gedetineerde om iets niet te doen. Later bleek dat er vlammetjes te zien
waren geweest op de gang van de sectie. De beambte heeft toen vastgesteld dat er vlammetjes gegooid werden vanuit cel XXX, die voor haar voeten vielen. Volgens het RAD hebben meerdere
gedetineerden verklaard dat klager deze vlammetjes naar beneden heeft gegooid. Naar aanleiding van dit RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuken “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” en “het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen”.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager dat hij iets te maken heeft met de feiten. Hij stelt dat hij geviseerd wordt door een andere gedetineerde. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de vaststellingen in het RAD duidelijk zijn. Het is niet onredelijk dat de directie de feiten bewezen acht in hoofde van klager. De tuchtbeslissing werd afdoende gemotiveerd.
De sanctie is ook niet onredelijk of onbillijk. Deze wordt afdoende gemotiveerd in de tuchtbeslissing. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.
Het rapport aan de directeur (RAD) beschrijft hoe een beambte lawaai hoorde van gedetineerden die riepen naar een andere gedetineerde om iets niet te doen. Later bleek dat er vlammetjes te zien
waren geweest op de gang van de sectie. De beambte heeft toen vastgesteld dat er vlammetjes gegooid werden vanuit cel XXX, die voor haar voeten vielen. Volgens het RAD hebben meerdere
gedetineerden verklaard dat klager deze vlammetjes naar beneden heeft gegooid. Naar aanleiding van dit RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuken “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” en “het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen”.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager dat hij iets te maken heeft met de feiten. Hij stelt dat hij geviseerd wordt door een andere gedetineerde. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de vaststellingen in het RAD duidelijk zijn. Het is niet onredelijk dat de directie de feiten bewezen acht in hoofde van klager. De tuchtbeslissing werd afdoende gemotiveerd.
De sanctie is ook niet onredelijk of onbillijk. Deze wordt afdoende gemotiveerd in de tuchtbeslissing. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.