KC02/24-0144
Fondée
KC - Antwerpen
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - BIJSTAND ADVOCAAT
De klacht is gericht tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel (BVM). De klachtencommissie stelt ten eerste vast dat de BVM niet louter preventief werd opgelegd, maar naar aanleiding van een specifiek incident. De klachtencommissie meent dat in een dergelijk geval de tuchtprocedure moet worden opgestart overeenkomstig artikel 111, §2 van de Basiswet. Bovendien stelt de directie dat gekozen werd voor een BVM omdat er sprake was van twijfel over de feiten. Indien de feiten niet vaststaan, kan de directie op basis daarvan echter geen maatregel opleggen.
De klachtencommissie benadrukt dat de directeur niet zonder meer kan kiezen tussen de verschillende procedures voorzien in de Basiswet. De toepassing van een bepaalde procedure moet gebaseerd zijn op de wettelijke voorwaarden daarvoor. De Basiswet voorziet een duidelijke voorrang voor de tuchtprocedure. Daarmee wou men vermijden dat veiligheidsmaatregelen worden toegepast om te ontsnappen aan de waarborgen van de tuchtprocedure. Zo heeft een gedetineerde recht op bijstand van een advocaat tijdens de tuchtprocedure, maar niet tijdens de hoorzitting voor een BVM. Klager stelt in zijn klacht expliciet dat hij geen kans op bijstand van een advocaat kreeg. De rechten van verdediging van klager werden dus geschonden. De klacht is gegrond.
De klacht is gericht tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel (BVM). De klachtencommissie stelt ten eerste vast dat de BVM niet louter preventief werd opgelegd, maar naar aanleiding van een specifiek incident. De klachtencommissie meent dat in een dergelijk geval de tuchtprocedure moet worden opgestart overeenkomstig artikel 111, §2 van de Basiswet. Bovendien stelt de directie dat gekozen werd voor een BVM omdat er sprake was van twijfel over de feiten. Indien de feiten niet vaststaan, kan de directie op basis daarvan echter geen maatregel opleggen.
De klachtencommissie benadrukt dat de directeur niet zonder meer kan kiezen tussen de verschillende procedures voorzien in de Basiswet. De toepassing van een bepaalde procedure moet gebaseerd zijn op de wettelijke voorwaarden daarvoor. De Basiswet voorziet een duidelijke voorrang voor de tuchtprocedure. Daarmee wou men vermijden dat veiligheidsmaatregelen worden toegepast om te ontsnappen aan de waarborgen van de tuchtprocedure. Zo heeft een gedetineerde recht op bijstand van een advocaat tijdens de tuchtprocedure, maar niet tijdens de hoorzitting voor een BVM. Klager stelt in zijn klacht expliciet dat hij geen kans op bijstand van een advocaat kreeg. De rechten van verdediging van klager werden dus geschonden. De klacht is gegrond.