TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - CELCONTROLE - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - MOTIVATIE
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.
Het rapport aan de directeur (RAD) beschrijft een celcontrole. Volgens het RAD keek één van de drie gedetineerden (niet klager) zenuwachtig naar de tv. Vervolgens werd achter de tv een zwarte iPhone en laadkabel gevonden. Er werd ook een doorgeeflint gevonden onder het bed.
Alle drie de gedetineerden stellen dat ze hiervan niets afweten, aldus het RAD.Naar aanleiding van dit RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuken “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”, “het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken” en “het niet-naleven van de in het huishoudelijk reglement van de gevangenis voorgeschreven bepalingen met betrekking tot de voorwerpen die in het bezit worden gesteld of
gelaten van de gedetineerde”. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager dat hij iets te maken heeft met een gsm of met drugs. Klager stelt dat hij slechts 5 dagen aanwezig was in de betrokken cel.
De klachtencommissie stelt ten eerste vast dat de tuchtinbreuk “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” niet wordt bewezen noch gemotiveerd. De directeur bevestigt ter zitting dat het wellicht gaat om een vergissing. Deze tuchtinbreuk kan in elk geval niet weerhouden worden. Ten tweede stelt de klachtencommissie vast dat de motivering van de tuchtbeslissing weinig elementen bevat die bewijs vormen van de toerekenbaarheid van de tuchtinbreuk aan klager. De individuele toerekenbaarheid van klager werd niet bewezen en gemotiveerd in de tuchtbeslissing. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing. De klachtencommissie draagt de directie op om de vermelding uit het tuchtregister van klager te verwijderen.
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.
Het rapport aan de directeur (RAD) beschrijft een celcontrole. Volgens het RAD keek één van de drie gedetineerden (niet klager) zenuwachtig naar de tv. Vervolgens werd achter de tv een zwarte iPhone en laadkabel gevonden. Er werd ook een doorgeeflint gevonden onder het bed.
Alle drie de gedetineerden stellen dat ze hiervan niets afweten, aldus het RAD.Naar aanleiding van dit RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuken “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”, “het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken” en “het niet-naleven van de in het huishoudelijk reglement van de gevangenis voorgeschreven bepalingen met betrekking tot de voorwerpen die in het bezit worden gesteld of
gelaten van de gedetineerde”. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager dat hij iets te maken heeft met een gsm of met drugs. Klager stelt dat hij slechts 5 dagen aanwezig was in de betrokken cel.
De klachtencommissie stelt ten eerste vast dat de tuchtinbreuk “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” niet wordt bewezen noch gemotiveerd. De directeur bevestigt ter zitting dat het wellicht gaat om een vergissing. Deze tuchtinbreuk kan in elk geval niet weerhouden worden. Ten tweede stelt de klachtencommissie vast dat de motivering van de tuchtbeslissing weinig elementen bevat die bewijs vormen van de toerekenbaarheid van de tuchtinbreuk aan klager. De individuele toerekenbaarheid van klager werd niet bewezen en gemotiveerd in de tuchtbeslissing. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing. De klachtencommissie draagt de directie op om de vermelding uit het tuchtregister van klager te verwijderen.