Ga verder naar de inhoud

KC02/24-0001

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire Fouille à corps
FOUILLERING LICHAAM - TUCHT
De klacht is ten eerste gericht tegen de fouillering op het lichaam. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie motiveert welke aanwijzingen zij heeft voor een fouillering op het lichaam. Zij motiveert echter niet waarom een fouillering op de kledij niet zou volstaan. De motivering daarvoor is niet voldoende concreet. De laatste zin van de motivering eindigt ook onvolledig. De klacht tegen de fouillering op het lichaam is gegrond.

De klacht is ten tweede gericht tegen de tuchtbeslissing. Deze werd opgelegd nadat klager onder invloed bleek van alcohol en zich weerbarstig gedroeg. Daarbij deed hij ook uitspraken over het feit dat bepaalde verboden substantie van hem zou zijn. Achteraf bleek echter dat deze uitspraken gedaan waren in een dronken bui. De directie motiveert in haar tuchtbeslissing het bezit van verboden substanties ook niet, waardoor deze tuchtinbreuk niet weerhouden kan worden.

Klager werd ook gesanctioneerd voor een schending van het huishoudelijk reglement. Er wordt echter niet geconcretiseerd welke bepaling van het HHR werd geschonden. De klachtencommissie is van oordeel dat een loutere verwijzing naar het HHR onvoldoende is om klager in staat te stellen te begrijpen voor welke tuchtinbreuk hij gesanctioneerd wordt.

Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en stelt haar eigen beslissing in de plaats.