Ga verder naar de inhoud

KC02/23-0145

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - VERMOEDEN VAN ONSCHULD
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor het bezit van een gsm en een mes. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de toerekenbaarheid van de gsm aan klager volledig gebaseerd is op de verklaringen van de twee celgenoten. De klachtencommissie is van oordeel dat de verklaringen van klager, met name dat zijn celgenoten onderling afspraken hebben gemaakt in een taal die hij niet verstaat, geloofwaardig zijn en een tegenaanwijzing vormen tegen de verklaringen van zijn celgenoten. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de directie zorgvuldiger onderzoek had moeten doen en meer aanwijzingen nodig had om het bezit of het gebruik van de gsm toe te rekenen aan klager. In haar verweer stelt de directie verder dat klager aanwezig was in de cel op het moment dat de gsm werd binnengehaald, maar dat hij niets ondernam. De klachtencommissie benadrukt dat het louter op de hoogte zijn van een tuchtinbreuk niet volstaat om te spreken van deelname aan de tuchtinbreuk.

Wat betreft het mes, geeft de directie in de motivering van de tuchtbeslissing en in haar verweer een aantal elementen die aantonen dat het mes vervormd was op een manier die er een wapen van maakt. Zo was het handvat verlengd voor betere grip en werd het lemmet aangescherpt. Deze elementen tonen voor de klachtencommissie aan dat het wel degelijk ging over een wapen. De klachtencommissie acht de uitleg van klager, dat het mes gebruikt werd om tomaten te snijden, niet geloofwaardig. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de feiten bewezen zijn. Aangezien klager toegeeft dat het mes van iedereen in de cel is, dus ook van hem, zijn de feiten ook aan hem toerekenbaar.

Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 15 oktober 2023 voor wat betreft de tuchtinbreuk ‘het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken’.

Daardoor wordt klager enkel nog gesanctioneerd voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie, waar hij oorspronkelijk ook gesanctioneerd werd voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie. Toen was de directie van oordeel dat 15 dagen ATV volstond, hoewel zij een maximumstraf van 30 dagen ATV kon opleggen.

De klachtencommissie is echter van oordeel dat het gaat om ernstige feiten. Zij treedt de directie bij waar deze stelt dat een wapen een gigantisch probleem vormt voor de veiligheid van de gevangenis. De klachtencommissie behoudt daarom de oorspronkelijke sanctie van 15 dagen ATV.