KC02/23-0118
Fondée
KC - Antwerpen
Commission des plaintes
Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
De klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel van 11 augustus 2023 waarbij klager in de beveiligde cel werd geplaatst. De voorlopige maatregel mag enkel ingezet worden in het kader van een eventuele tuchtprocedure, niet voorafgaand aan een bijzondere veiligheidsmaatregel. Artikel 145 bevindt zich immers duidelijk in het ‘Hoofdstuk V – De tuchtprocedure’ en vermeldt zelf dat de voorlopige maatregel genomen kan worden “in afwachting van de tuchtprocedure”. Bovendien biedt artikel 110, §3 van de Basiswet de mogelijkheid om bij hoogdringendheid een bijzondere veiligheidsmaatregel op te leggen, zodat het niet nodig is om bij hoogdringendheid gebruik te maken van een voorlopige maatregel. In dit geval is er geen sprake van feiten die gekwalificeerd kunnen worden als een tuchtinbreuk, zodat de tuchtprocedure niet van toepassing is. Door een voorlopige maatregel te nemen werd alleszins niet de juiste procedure gevolgd.
De directie had de voorlopige maatregel bovendien moeten beëindigen van zodra duidelijk was dat ze géén tuchtprocedure wou opstarten. Deze beslissing moet genomen worden binnen de 24u. De voorlopige maatregel werd echter pas beëindigd door het nemen van de beslissing tot BVM op 13 augustus 2023.
De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de voorlopige maatregel onwettig werd genomen en dat de procedure niet correct werd gevolgd. De klacht is gegrond.
De klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel van 11 augustus 2023 waarbij klager in de beveiligde cel werd geplaatst. De voorlopige maatregel mag enkel ingezet worden in het kader van een eventuele tuchtprocedure, niet voorafgaand aan een bijzondere veiligheidsmaatregel. Artikel 145 bevindt zich immers duidelijk in het ‘Hoofdstuk V – De tuchtprocedure’ en vermeldt zelf dat de voorlopige maatregel genomen kan worden “in afwachting van de tuchtprocedure”. Bovendien biedt artikel 110, §3 van de Basiswet de mogelijkheid om bij hoogdringendheid een bijzondere veiligheidsmaatregel op te leggen, zodat het niet nodig is om bij hoogdringendheid gebruik te maken van een voorlopige maatregel. In dit geval is er geen sprake van feiten die gekwalificeerd kunnen worden als een tuchtinbreuk, zodat de tuchtprocedure niet van toepassing is. Door een voorlopige maatregel te nemen werd alleszins niet de juiste procedure gevolgd.
De directie had de voorlopige maatregel bovendien moeten beëindigen van zodra duidelijk was dat ze géén tuchtprocedure wou opstarten. Deze beslissing moet genomen worden binnen de 24u. De voorlopige maatregel werd echter pas beëindigd door het nemen van de beslissing tot BVM op 13 augustus 2023.
De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de voorlopige maatregel onwettig werd genomen en dat de procedure niet correct werd gevolgd. De klacht is gegrond.