Ga verder naar de inhoud

KC02/23-0114

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERMOEDEN VAN ONSCHULD
Bij een celcontrole werden verboden voorwerpen en verboden substanties gevonden. Klager werd gesanctioneerd voor vier verschillende tuchtinbreuken:
- de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende/onroerende goederen, of de bedreiging daarmee;
- het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties;
- het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken;
- het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen met betrekking tot de voorwerpen die in het bezit worden gesteld of gelaten van de gedetineerde.

De directie motiveert echter onvoldoende waarom deze tuchtinbreuken bewezen zijn in hoofde van klager. De directie stelt dat klager in elk geval minstens medeplichtig is omdat hij op de hoogte zou zijn geweest van de aanwezigheid van deze voorwerpen op cel. De klachtencommissie benadrukt dat medeplichtigheid een actieve daad van medeplichtigheid vereist en dat van gedetineerden niet verwacht kan worden dat zij hun celgenoten "verklikken".

De klachtencommissie concludeert dat de directie niet heeft gemotiveerd waarom klager zich schuldig dan wel medeplichtig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde tuchtinbreuken. De klachtencommissie stelt daarentegen dat de directie het verbod op collectieve straffen heeft geschonden en bij gebrek aan concrete toerekening verschillende gedetineerden gezamenlijk heeft gestraft. Collectieve straffen zijn in strijd met de Basiswet. De klacht is gegrond.