Ga verder naar de inhoud

KC02/23-0065

Non fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - BEWIJS

De klachtencommissie nam kennis van het tuchtdossier dat één rapport aan de directeur (RAD) bevat. Er werd een sweeping uitgevoerd in de gevangenis van Antwerpen. Ter hoogte van de cel waar klager en zijn twee celgenoten verbleven, werd een hoge waarde gemeten hetgeen wijst op de aanwezigheid van een gsm. Bijgevolg werd de cel betreden. Het penitentiair personeel (drie bewakingsagenten en de adjudant) stelde vast dat er een witte Iphone met oplader in het onderste bed lag. Klager en zijn celgenoot ontkenden en beschuldigden hun derde celgenoot als de eigenaar van de gsm. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting verklaarde klager op de hoogte te zijn geweest dat zijn celgenoot in het bezit was van een gsm. Klager wou zijn celgenoot echter niet verklikken en hij meende dat zijn celgenoot zijn verantwoordelijkheid moest opnemen. Hij wou geen sanctie krijgen voor iets dat hij niet had gedaan. Klager ontkende de gsm ook te hebben gebruikt. Wanneer klager geconfronteerd werd met de vaststelling dat de gsm in zijn bed werd gevonden, zei hij hier niets op.

De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren en individueel kon toerekenen aan klager op grond van de vaststelling in het RAD dat de Iphone in het onderste bed werd gevonden, het bed waarin klager volgens de directie sliep. Het RAD werd opgesteld door de adjudant en bij de vaststelling waren drie beambten aanwezig. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig en niet onredelijk of onbillijk gelet op de ernst van de inbreuk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.