Ga verder naar de inhoud

KC02/23-0056

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TAAL - TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK

De klachtencommissie stelt vast dat de klacht in het Frans werd ingediend. De Basiswet vereist in principe dat een klacht in het Nederlands wordt opgesteld wanneer klager een klacht indient in een Vlaamse gevangenis. De Basiswet koppelt geen sanctie aan het gebruik van een andere taal dan de voorgeschreven taal, in tegenstelling tot de termijn waarbinnen een klacht moet worden ingediend. Ook de verwijzing naar de Taalwet Bestuurszaken levert geen grond tot nietigheid of niet-ontvankelijkheid op, gezien klager een burger is en geen dienst van openbaar bestuur. De Basiswet bepaalt echter ook dat aan een gedetineerde die de taal van de op hem toepasselijke procedure niet kent, bijstand wordt verleend bij het opstellen van de klacht. De penitentiaire administratie moet dan ook ten behoeve van de klager die daaraan nood heeft, voorzien in de nodige mogelijkheden om hem of haar toe te laten de klacht in te dienen door middel van een geschrift dat in de juiste taal is gesteld en de daaropvolgende procedure te kunnen volgen en te begrijpen. Dit volgt ook ondubbelzinnig uit de wetsgeschiedenis van artikel 150 § 4van de Basiswet. Een klacht die werd ingediend in een andere taal is dus niet noodzakelijk onontvankelijk. In overeenstemming met de geest van de wet moet een zekere soepelheid aan de dag worden gelegd, nu het de bedoeling was om een laagdrempelige klachtenprocedure te voorzien. Het blijkt voldoende duidelijk uit zijn klachtenformulier tegen welke beslissing – de tuchtbeslissing van 25 maart 2023 – zijn klacht gericht was. Bovendien is in het Nederlands op de achterzijde van het klachtenformulier de klacht nogmaals vermeld. De klacht is ontvankelijk.

De tuchtbeslissing legt 21 dagen ATV op voor twee tuchtinbreuken. Nergens motiveert de directie in de tuchtbeslissing waarom er een inbreuk zou zijn op het huishoudelijk reglement, noch wat deze inbreuk of de geschonden bepaling zou zijn. Het rapport van 23 maart 2023 maakt wel melding van een doorgeeflint, maar dit wordt niet besproken tijdens de hoorzitting, noch vermeld in de tuchtbeslissing. De kwalificatie van de inbreuk op het huishoudelijk reglement moet dan ook worden verwijderd van de tuchtbeslissing.

Uit het rapport blijkt dat er een telefoon wordt gevonden in de cel van klager. Klager stelt dat de gsm voor hem was achtergelaten. Hij kende ook de code van de gsm. Hoewel klager misschien niet de oorspronkelijke eigenaar was van de gsm, is klager wel de bezitter op het moment dat de gsm wordt aangetroffen op de cel. Dit ontkent hij niet. De directie kon klager dan ook schuldig achten aan de voormelde tuchtinbreuk.

De sanctie ligt dus binnen de wettelijke grenzen en is redelijk en billijk.