Ga verder naar de inhoud

KC02/23-0004

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - MOTIVERING - VERMOEDEN VAN ONSCHULD - TOEREKENBAARHEID

Passieve deelname is geen begrip dat de Basiswet voorziet. Bovendien blijkt dat de directie de term “passieve deelname” gebruikt voor het “niet verklikken van een celgenoot” of “het op de hoogte zijn van een tuchtinbreuk”. De klachtencommissie herhaalt dat er in de penitentiaire context niet van een gedetineerde kan worden verlangd dat hij zijn celgenoot verklikt.

Ook al legt de directie haar redenering uit in het verweer in de klachtenprocedure, de motivering van de tuchtbeslissing legt deze redenering niet uit en zegt niet waarom de directie de inbreuk bewezen achtte in hoofde van de klager. De motivering van de tuchtbeslissing is gebrekkig. Uit de motivering van de tuchtbeslissing niet waarom de tuchtinbreuk van het bezit van de voorwerpen individueel aan klager toegerekend wordt. Uit de motivering blijkt enkel waarom het niet geloofwaardig wordt geacht dat klager niet op de hoogte was van de verboden voorwerpen en substanties. De motivering waarom de inbreuk individueel aan klager wordt toegerekend, blijkt echter enkel uit het verweer in de klachtenprocedure.

M.b.t. de tuchtinbreuk voor het niet-naleven van het huishoudelijk reglement stelt de klachtencommissie dat de bewoordingen in artikel 130, 2° van de Basiswet een strikte interpretatie vereisen. Deze tuchtrechtelijke inbreuk kan enkel aan de gedetineerde ten laste worden gelegd als de overtreden ‘regel’ een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt niet welke regel klager zou hebben geschonden. Dit blijkt enkel uit de uiteenzetting in het verweer van de directeur in de klachtenprocedure. De tuchtbeslissing is op dit vlak gebrekkig gemotiveerd.

Uit al het voorgaande blijkt dat:
- de motivering van de tuchtbeslissing gebrekkig is;
- passieve deelname niet bestaat;
- de tuchtinbreuken onvoldoende individueel worden toegerekend aan klager gelet op het feit dat klager op een meerpersoonscel zit en gelet op het feit dat “op de hoogte zijn” geen tuchtinbreuk uitmaakt;