Ga verder naar de inhoud

KC02/22-0116

Non fondée Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHTBESLISSING - BEVOEGDHEID

In de motivering van de beslissing staat (geciteerd uit het tuchtrapport): “Hierop heb ik samen met DDPA [naam] beslist om bovengenoemde in de naakte cel te plaatsen.” De voorlopige maatregel is ondertekend door de directeur. De beroepscommissie stelt duidelijk dat een voorlopige maatregel te allen tijde door de directeur zelf dient te worden genomen. De delegatie aan personeel is in de Basiswet enkel voorzien in het kader van de voorlopige bijzondere veiligheidsmaatregel in het kader van artikel 110 §3 en dus niet in het kader van tucht. De mogelijkheid uit artikel 110 §3 kan derhalve niet zonder meer via een Collectieve brief toegevoegd worden aan artikel 145 van de Basiswet, waarin geen sprake is van enige delegatie van deze beslissingsbevoegdheid aan het personeel. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt immers duidelijk de fundamenteel verschillende aard van een BVM ten opzichte van een tuchtbeslissing. Hoewel de beslissing dus ondertekend werd door een directeur, blijkt uit de motivering van de beslissing tot voorlopige maatregel zelf dat de oorspronkelijke beslissing werd genomen door de beambte die het rapport heeft geschreven, in samenspraak met de DDPA. De klachtencommissie wordt nog gesterkt in haar beoordeling gezien de directeur op het rapport met de hand heeft genoteerd op 2 december 2022: “VM = behoud NC tot TP”. De plaatsing in de veiligheidscel en de bijhorende voorlopige maatregel is niet wettelijk en dient vernietigd te worden. De klacht tegen de voorlopige maatregel is gegrond.
De tuchtbeslissing legt een tuchtsanctie op aan klager van 3 dagen opsluiting in de strafcel voor: “De opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”, een tuchtinbreuk van de eerste categorie. De directeur baseert zich voornamelijk op het rapport. Klager brengt geen overtuigende tegenindicaties aan waarom de vaststellingen in het rapport niet correct zouden zijn. De tuchtprocedure is correct gevolgd, klager had bijstand van zijn advocaat. De opgelegde sanctie is redelijk en billijk gelet op de verschillende elementen in het dossier. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.