Ga verder naar de inhoud

KC02/22-0081

Non fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - CAMERABEELDEN

Er werd een RAD opgemaakt door de toezichthouder van de wandeling. Opsteller had gezien hoe klager iets had aangenomen dat vanuit een cel naar beneden werd gesmeten. Klager werd naar het bad gestuurd voor controle maar had niks meer bij. Op de tuchthoorzitting heeft klager gevraagd om de camerabeelden te bekijken. De directeur achtte dit echter niet opportuun omdat het rapport voldoende duidelijk was. In de tuchtbeslissing werd de kwalificatie van bezit van drugs herleid naar een inbreuk van tweede categorie, namelijk het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Elke verkoop, ruil, lening, schenking en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden zijn immers verboden. De rapporten aan de directeur (RAD) vormen voor de directie een belangrijke basis als bewijs voor een tuchtrechtelijke inbreuk. De directie mag in de motivering van haar beslissing verwijzen naar een  voldoende duidelijk  RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen.  De directie beoordeelt ook vrij of bijkomend onderzoek en meer bepaald het horen van getuigen of het bekijken van camerabeelden nuttig of nodig is. Wanneer zij meent dat de weergave van de feiten in het RAD voldoende duidelijk is om de feiten als bewezen te verklaren, zal zij dit niet nodig achten en is het dan ook niet verplicht om getuigen te horen of om camerabeelden te bekijken. Klager brengt bovendien geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties aan waarom de directie zich niet enkel op het RAD kon steunen voor het nemen van haar beslissing. De klachtencommissie  ziet dan ook geen reden  waarom  de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet  had  mogen  steunen op het RAD. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De klacht is ongegrond.