Ga verder naar de inhoud

KC02/22-0033

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING

De bestreden beslissing tot het opleggen van een naaktfouille werd opgelegd door de directeur, werd tijdig betekend aan klager en bevat de motieven die aangeven waarom een onderzoek aan de kledij niet volstaat. Bijgevolg meent de Klachtencommissie dat de beslissing in overeenstemming is met de Basiswet en bovendien redelijk en billijk is. De omstandigheid dat de fouille negatief blijkt, heeft niet tot gevolg dat de fouille onregelmatig is. De klacht is ongegrond.

Er werd een RAD opgemaakt omdat tijdens de avondwandeling wordt opgemerkt dat klager een pakje opraapt en in zijn broek stopt. Klager heeft het pakje geopend en verdeeld onder de gedetineerden. Vervolgens is te zien hoe klager de inhoud van het pakje, verbrijzelt en toevoegt aan zijn sigaret. In de tuchtprocedure tegen een gedetineerde speelt een RAD een belangrijke rol.  Een directeur mag in de motivering van zijn beslissing verwijzen naar een  voldoende duidelijk  RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen.  De Klachtencommissie  ziet geen reden  waarom  de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet  had  mogen  steunen op het RAD.  De  directie  kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De Klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk.

De directeur heeft klager gesanctioneerd voor het niet-naleven van de bepalingen (met betrekking tot de voorwerpen die in het bezit mogen zijn van de gedetineerde) van het huishoudelijk reglement, hetgeen een inbreuk van de tweede categorie uitmaakt. De Klachtencommissie is echter van oordeel dat dit een verkeerde kwalificatie is van de feiten. Uit de motivering van de tuchtbeslissing, uit het RAD en uit het verweer van de directeur blijkt dat klager gestraft werd omdat hij een verboden substantie die werd overgegooid, heeft opgeraapt, heeft verdeeld en heeft gebruikt. Nochtans werd de tuchtinbreuk niet gekwalificeerd als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties maar als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Bovendien werd in de tuchtbeslissing niet gemotiveerd welke bepaling van het huishoudelijk reglement dan werd geschonden. Een gedetineerde moet kunnen begrijpen welke motieven de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald. De Klachtencommissie acht de motiveringsplicht in deze niet (voldoende) nagekomen en oordeelt dan ook tot gegrondheid van de klacht.