KC02/21-0105
Non fondée
KC - Antwerpen
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - CAMERABEELDEN - GETUIGEN - MOTIVERING
In dit geval heeft de directie het niet nodig geacht, ondanks de uitdrukkelijke vraag van klager om de camerabeelden te bekijken. Bovendien heeft de directie het niet nodig geacht om getuigen, die blijkbaar wel aanwezig waren (zowel beambten als medegedetineerden), bijkomend te horen. De Klachtencommissie raadt aan dat de directie – zeker gelet op de bewering van geduw en getrek – schriftelijk in de motivering van de tuchtbeslissing motiveert waarom zij het niet nodig acht om in te gaan op de vraag naar bijkomend onderzoek door camerabeelden of getuigen. De directie kan in de motivering van de tuchtbeslissing niet zeggen dat klager de feiten gedeeltelijk toegeeft, omdat klager bepaalde elementen uit een rapport beaamt indien deze elementen niet specifiek gaan over de tuchtinbreuk zelf, maar over een ander gegeven uit het rapport. Een gedeeltelijke bekentenis kan enkel rechtstreeks worden afgeleid uit een bekentenis van de tuchtinbreuk zelf en niet van de andere gegevens in de tuchtbeslissing.
De directie kon wel oordelen dat de tuchtinbreuk bewezen is ten aanzien van klager. De Klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure op zich wettelijk is verlopen. De sanctie is redelijk en billijk, gelet op de hoogte van de sanctie. De klacht is ongegrond.
In dit geval heeft de directie het niet nodig geacht, ondanks de uitdrukkelijke vraag van klager om de camerabeelden te bekijken. Bovendien heeft de directie het niet nodig geacht om getuigen, die blijkbaar wel aanwezig waren (zowel beambten als medegedetineerden), bijkomend te horen. De Klachtencommissie raadt aan dat de directie – zeker gelet op de bewering van geduw en getrek – schriftelijk in de motivering van de tuchtbeslissing motiveert waarom zij het niet nodig acht om in te gaan op de vraag naar bijkomend onderzoek door camerabeelden of getuigen. De directie kan in de motivering van de tuchtbeslissing niet zeggen dat klager de feiten gedeeltelijk toegeeft, omdat klager bepaalde elementen uit een rapport beaamt indien deze elementen niet specifiek gaan over de tuchtinbreuk zelf, maar over een ander gegeven uit het rapport. Een gedeeltelijke bekentenis kan enkel rechtstreeks worden afgeleid uit een bekentenis van de tuchtinbreuk zelf en niet van de andere gegevens in de tuchtbeslissing.
De directie kon wel oordelen dat de tuchtinbreuk bewezen is ten aanzien van klager. De Klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure op zich wettelijk is verlopen. De sanctie is redelijk en billijk, gelet op de hoogte van de sanctie. De klacht is ongegrond.