CP36/26-0263
Non fondée
CP - Haren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL
De klacht gaat over een voorlopige maatregel van 24/05/2026 van de directie van de gevangenis van Haren.
De directie was van oordeel dat een voorlopige maatregel noodzakelijk was omdat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding.
In de motivering van de voorlopige maatregel wordt vermeld dat klager de fysieke integriteit van personen, meer bepaald van een beambte, had aangetast.
Aangezien er volgens de klachtencommissie sprake was van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid, mocht het verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte als voorlopige maatregel opgelegd worden. De voorlopige maatregel werd dus opgelegd volgens de vereisten van artikel 145 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klacht gaat over een voorlopige maatregel van 24/05/2026 van de directie van de gevangenis van Haren.
De directie was van oordeel dat een voorlopige maatregel noodzakelijk was omdat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding.
In de motivering van de voorlopige maatregel wordt vermeld dat klager de fysieke integriteit van personen, meer bepaald van een beambte, had aangetast.
Aangezien er volgens de klachtencommissie sprake was van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid, mocht het verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte als voorlopige maatregel opgelegd worden. De voorlopige maatregel werd dus opgelegd volgens de vereisten van artikel 145 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht ongegrond.