Ga verder naar de inhoud

CP36/26-0207

Fondée CP - Haren Commission des plaintes Autre décision directeur
CEL - ROKER

In voorliggend dossier blijken de aangeklaagde detentieomstandigheden onverenigbaar te zijn met de vereisten die voortvloeien uit zowel artikel 5, § 1, en artikel 6, §2 van de Basiswet.

Klager werd op een cel geplaatst met een roker, waardoor hij de hele dag passief diende mee te roken.

De gezondheidsrisico’s van passief tabaksgebruik staan vast. Ook niet-rokers die onvrijwillig tabaksrook inademen, lopen gezondheidsrisico’s. De onvrijwillige blootstelling aan tabaksrook is in een gevangeniscel bovendien heel intens doordat gedetineerden – op kortere onderbrekingen na tijdens de wandeling en eventueel tijdens het bezoek – dag en nacht doorbrengen in één enkele zeer beperkte ruimte waarin geen of nauwelijks ventilatie beschikbaar is en via één enkel raam buitenlucht slechts heel beperkt toegankelijk is. Het gedwongen verblijf in een rokerige verblijfsomgeving kan niet worden verantwoord door legitieme, inherent aan detentie verbonden overwegingen van veiligheid.

De eindverantwoordelijkheid voor het plaatsen van niet-rokers en rokers samen in een cel ligt bij de directie. De directie heeft niet aangetoond dat zij voldoende inspanningen heeft geleverd, noch dat zij de nodige maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat klager aan passief roken werd blootgesteld.

Door na te laten de noodzakelijke maatregelen te nemen om klager detentieomstandigheden te waarborgen die in overeenstemming zijn met artikel 5, § 1, en artikel 6, §2, van de Basiswet, en aldus een situatie in stand te houden die objectief strijdig is met de toepasselijke voorschriften, maakt de bestreden beslissing inbreuk op de rechten van klager.