TUCHTBESLISSING - ONTZETTING VAN WERK - TAAL
De Bestuurstaalwet bepaalt dat centrale diensten en uitvoeringsdiensten (onder andere penitentiaire inrichtingen) in hun betrekkingen met particulieren het Nederlands, het Frans of het Duits dienen te gebruiken, al naargelang van de taal gebruikt door de particulier.
Bij aankomst in de gevangenis dienen de gedetineerden hun taalrol aan te duiden. Voor klager werd aldus het Nederlands aangeduid.
De inrichting dient in haar betrekkingen met de klager het Nederlands te gebruiken.
Door een Franstalig document aan de klager door te geven (die hem persoonlijk aanbelangt), hoewel de klager uitdrukkelijk te kennen had gegeven dat hij de taal niet machtig was, heeft de directie de rechten van de klager geschonden, hetgeen volstaat om de tuchtbeslissing van 19 augustus 2023 nietig te verklaren.
Bovendien blijkt uit de zitting van de klachtencommissie van 6 mei 2024 duidelijk dat het ging om een vergissing. Klager voert terecht aan dat hij niet wist dat het niet mocht en dat hij het huishoudelijk reglement niet verstaat daar het in het Frans aan hem werd gegeven.
Klager was dus niet moedwillig een verboden voorwerp aan het transporteren. Door klager hiervoor tuchtrechtelijk te sanctioneren, schendt de directie het subsidiariteitsprincipe, zoals gewaarborgd in artikel 122 van de Basiswet.
Om deze reden, meent de klachtencommissie dat de klacht tegen de berisping gegrond is alsook voor wat betreft de niet-gemotiveerde ontzetting van het werk die daaruit volgde. Dergelijke dubbele tuchtsanctie is in strijd met de Basiswet.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 18 januari 2024, zowel voor de berisping als voor het ontslag. Ten gevolge hiervan dient klager onmiddellijk opnieuw tewerkgesteld te worden in zijn functie op de werkplaats, of als het niet mogelijk is, in een functie met gelijkaardig loon.
De Bestuurstaalwet bepaalt dat centrale diensten en uitvoeringsdiensten (onder andere penitentiaire inrichtingen) in hun betrekkingen met particulieren het Nederlands, het Frans of het Duits dienen te gebruiken, al naargelang van de taal gebruikt door de particulier.
Bij aankomst in de gevangenis dienen de gedetineerden hun taalrol aan te duiden. Voor klager werd aldus het Nederlands aangeduid.
De inrichting dient in haar betrekkingen met de klager het Nederlands te gebruiken.
Door een Franstalig document aan de klager door te geven (die hem persoonlijk aanbelangt), hoewel de klager uitdrukkelijk te kennen had gegeven dat hij de taal niet machtig was, heeft de directie de rechten van de klager geschonden, hetgeen volstaat om de tuchtbeslissing van 19 augustus 2023 nietig te verklaren.
Bovendien blijkt uit de zitting van de klachtencommissie van 6 mei 2024 duidelijk dat het ging om een vergissing. Klager voert terecht aan dat hij niet wist dat het niet mocht en dat hij het huishoudelijk reglement niet verstaat daar het in het Frans aan hem werd gegeven.
Klager was dus niet moedwillig een verboden voorwerp aan het transporteren. Door klager hiervoor tuchtrechtelijk te sanctioneren, schendt de directie het subsidiariteitsprincipe, zoals gewaarborgd in artikel 122 van de Basiswet.
Om deze reden, meent de klachtencommissie dat de klacht tegen de berisping gegrond is alsook voor wat betreft de niet-gemotiveerde ontzetting van het werk die daaruit volgde. Dergelijke dubbele tuchtsanctie is in strijd met de Basiswet.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 18 januari 2024, zowel voor de berisping als voor het ontslag. Ten gevolge hiervan dient klager onmiddellijk opnieuw tewerkgesteld te worden in zijn functie op de werkplaats, of als het niet mogelijk is, in een functie met gelijkaardig loon.