BC/26-0156
Fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Régime de sécurité particulier individuel
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME
De beroepsindiener heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de directrice-generaal tot hernieuwing van zijn individueel bijzonder veiligheidsregime. De beroepsindiener voert twee argumenten aan: enerzijds werd het psycho-medisch verslag en medisch advies na de hoorzitting (en dus laattijdig) gevoegd. Anderzijds stelt hij dat er al lange tijd geen incidenten meer zouden gebeurd zijn en hij zich goed gedraagt.
Wat betreft het eerste argument, bevestigt de beroepscommissie dat het in principe de bedoeling is dat het psycho-medisch verslag en medisch advies, als een inherent en onlosmakelijk deel van het voorstel van de directeur, voorafgaand aan de hoorzitting beschikbaar zijn, zodat de gedetineerde desgewenst ook hierover op het hoormoment zijn opmerkingen kan doen gelden. De beroepscommissie wijst er echter op dat de louter ‘laattijdige voeging’ op zich echter niet de onwettigheid, onredelijkheid of onbillijkheid van de bestreden beslissing met zich meebrengt. De advocaat kreeg initieel, via e-mail, nog een korte termijn om opmerkingen te bezorgen over het psycho-medisch verslag en medisch advies. Dit had mogelijk niet volstaan indien hij dit bijvoorbeeld nog met zijn cliënt had moeten of willen bespreken of indien hij de mail niet tijdig had gezien en alsnog opmerkingen had willen formuleren. De advocaat had echter, behalve het feit van de laattijdige voeging, geen verdere toevoegingen of opmerkingen over het psycho-medisch verslag en medisch advies, wat hij tijdig heeft laten weten aan de gevangenisadministratie De beroepscommissie ziet geen reden waardoor de beroepsindiener zou benadeeld zijn door de laattijdige voeging van het psycho-medisch verslag en medisch advies aan het dossier. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.
Wat betreft het tweede argument, bevestigt de beroepscommissie dat, om tot de plaatsing in of hernieuwing van een individueel bijzonder veiligheidsregime te kunnen overgaan, er uit concrete omstandigheden of uit de gedragingen van een gedetineerde moet blijken dat hij een voortdurende bedreiging voor de veiligheid uitmaakt en dat bepaalde controlemaatregelen en bijzondere veiligheidsmaatregelen ontoereikend zijn. De beroepscommissie kan in dit dossier niet anders dan vaststellen dat er niet wordt aangegeven, noch in het voorstel van de directeur, noch in de bestreden beslissing, noch in andere stukken (bv. het verweer van de directrice-generaal of zelfs het verslag van het hoormoment), uit welke concrete omstandigheden of gedragingen van de beroepsindiener blijkt dat hij nog steeds een voortdurende bedreiging voor de veiligheid uitmaakt. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk en gegrond.
De beroepsindiener heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de directrice-generaal tot hernieuwing van zijn individueel bijzonder veiligheidsregime. De beroepsindiener voert twee argumenten aan: enerzijds werd het psycho-medisch verslag en medisch advies na de hoorzitting (en dus laattijdig) gevoegd. Anderzijds stelt hij dat er al lange tijd geen incidenten meer zouden gebeurd zijn en hij zich goed gedraagt.
Wat betreft het eerste argument, bevestigt de beroepscommissie dat het in principe de bedoeling is dat het psycho-medisch verslag en medisch advies, als een inherent en onlosmakelijk deel van het voorstel van de directeur, voorafgaand aan de hoorzitting beschikbaar zijn, zodat de gedetineerde desgewenst ook hierover op het hoormoment zijn opmerkingen kan doen gelden. De beroepscommissie wijst er echter op dat de louter ‘laattijdige voeging’ op zich echter niet de onwettigheid, onredelijkheid of onbillijkheid van de bestreden beslissing met zich meebrengt. De advocaat kreeg initieel, via e-mail, nog een korte termijn om opmerkingen te bezorgen over het psycho-medisch verslag en medisch advies. Dit had mogelijk niet volstaan indien hij dit bijvoorbeeld nog met zijn cliënt had moeten of willen bespreken of indien hij de mail niet tijdig had gezien en alsnog opmerkingen had willen formuleren. De advocaat had echter, behalve het feit van de laattijdige voeging, geen verdere toevoegingen of opmerkingen over het psycho-medisch verslag en medisch advies, wat hij tijdig heeft laten weten aan de gevangenisadministratie De beroepscommissie ziet geen reden waardoor de beroepsindiener zou benadeeld zijn door de laattijdige voeging van het psycho-medisch verslag en medisch advies aan het dossier. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.
Wat betreft het tweede argument, bevestigt de beroepscommissie dat, om tot de plaatsing in of hernieuwing van een individueel bijzonder veiligheidsregime te kunnen overgaan, er uit concrete omstandigheden of uit de gedragingen van een gedetineerde moet blijken dat hij een voortdurende bedreiging voor de veiligheid uitmaakt en dat bepaalde controlemaatregelen en bijzondere veiligheidsmaatregelen ontoereikend zijn. De beroepscommissie kan in dit dossier niet anders dan vaststellen dat er niet wordt aangegeven, noch in het voorstel van de directeur, noch in de bestreden beslissing, noch in andere stukken (bv. het verweer van de directrice-generaal of zelfs het verslag van het hoormoment), uit welke concrete omstandigheden of gedragingen van de beroepsindiener blijkt dat hij nog steeds een voortdurende bedreiging voor de veiligheid uitmaakt. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk en gegrond.