REGIME - STAKING - WANDELING - ONTVANKELIJKHEID
De klacht gaat over het feit dat klager tijdens een staking op 12 maart 2026 in de gevangenis van Leuven-Centraal , geen uur in de buitenlucht heeft mogen vertoeven.
De beroepscommissie stelt vast dat de klachtencommissie de klacht in essentie ontvankelijk verklaarde, onder verwijzing naar de vaststaande rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie in gelijkaardige dossiers (BC/25-0153 t.e.m.- 0173 en BC/25-0198).
Het inrichtingshoofd verwijt de klachtencommissie dan ook ten onrechte dat ze niet zou hebben gemotiveerd waarom zij zich niet aansluit bij het arrest van de Franstalige Raad van State van 26 september 2024, nu de beroepscommissie daar in deze uitspraken uitgebreid is op ingegaan.
De Nederlandstalige Raad van State deed echter op heden nog geen uitspraak in het dossier, zodat de beroepscommissie thans integraal blijft verwijzen naar hetgeen zij heeft uiteengezet in haar eerdere principe uitspraken.
De Nederlandstalige beroepscommissie is overigens niet gebonden door het feit dat de Franstalige beroepscommissie intussen haar eerder ingenomen standpunt herzag en aanneemt dat dergelijke klachten onontvankelijk zijn, nu haar overwegingen niet volledig overeenkomen.
Het beroep is ongegrond.
De klacht gaat over het feit dat klager tijdens een staking op 12 maart 2026 in de gevangenis van Leuven-Centraal , geen uur in de buitenlucht heeft mogen vertoeven.
De beroepscommissie stelt vast dat de klachtencommissie de klacht in essentie ontvankelijk verklaarde, onder verwijzing naar de vaststaande rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie in gelijkaardige dossiers (BC/25-0153 t.e.m.- 0173 en BC/25-0198).
Het inrichtingshoofd verwijt de klachtencommissie dan ook ten onrechte dat ze niet zou hebben gemotiveerd waarom zij zich niet aansluit bij het arrest van de Franstalige Raad van State van 26 september 2024, nu de beroepscommissie daar in deze uitspraken uitgebreid is op ingegaan.
De Nederlandstalige Raad van State deed echter op heden nog geen uitspraak in het dossier, zodat de beroepscommissie thans integraal blijft verwijzen naar hetgeen zij heeft uiteengezet in haar eerdere principe uitspraken.
De Nederlandstalige beroepscommissie is overigens niet gebonden door het feit dat de Franstalige beroepscommissie intussen haar eerder ingenomen standpunt herzag en aanneemt dat dergelijke klachten onontvankelijk zijn, nu haar overwegingen niet volledig overeenkomen.
Het beroep is ongegrond.