REGIME- STAKING - WANDELING - ONTVANKELIJKHEID
De klacht gaat over het feit dat klager tijdens een staking op 14 oktober 2025 in de gevangenis van Leuven-Centraal , geen uur in de buitenlucht heeft mogen vertoeven.
De beroepscommissie stelt vast dat de klachtencommissie de klacht in essentie ontvankelijk verklaarde, onder verwijzing naar de vaststaande rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie in gelijkaardige dossiers (BC/25-0153 tem- 0173 en BC/25-0198).
Het inrichtingshoofd verwijt de klachtencommissie dan ook ten onrechte dat ze niet zou hebben gemotiveerd waarom zij zich niet aansluit bij het arrest van de Franstalige Raad van State van 26 september 2024, nu de beroepscommissie daar in deze uitspraken uitgebreid is op ingegaan.
De Nederlandstalige Raad van State deed echter op heden nog geen uitspraak in het dossier, zodat de beroepscommissie thans integraal blijft verwijzen naar hetgeen zij heeft uiteengezet in haar eerdere principe uitspraken.
In afwachting van de beslechting van dit rechtspunt door de Nederlandstalige Raad van State, oordeelt de beroepscommissie dat de klachtencommissie de klacht dan ook terecht ontvankelijk verklaarde onder verwijzing naar deze rechtspraak van de beroepscommissie.
Het beroep is ongegrond.
De klacht gaat over het feit dat klager tijdens een staking op 14 oktober 2025 in de gevangenis van Leuven-Centraal , geen uur in de buitenlucht heeft mogen vertoeven.
De beroepscommissie stelt vast dat de klachtencommissie de klacht in essentie ontvankelijk verklaarde, onder verwijzing naar de vaststaande rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie in gelijkaardige dossiers (BC/25-0153 tem- 0173 en BC/25-0198).
Het inrichtingshoofd verwijt de klachtencommissie dan ook ten onrechte dat ze niet zou hebben gemotiveerd waarom zij zich niet aansluit bij het arrest van de Franstalige Raad van State van 26 september 2024, nu de beroepscommissie daar in deze uitspraken uitgebreid is op ingegaan.
De Nederlandstalige Raad van State deed echter op heden nog geen uitspraak in het dossier, zodat de beroepscommissie thans integraal blijft verwijzen naar hetgeen zij heeft uiteengezet in haar eerdere principe uitspraken.
In afwachting van de beslechting van dit rechtspunt door de Nederlandstalige Raad van State, oordeelt de beroepscommissie dat de klachtencommissie de klacht dan ook terecht ontvankelijk verklaarde onder verwijzing naar deze rechtspraak van de beroepscommissie.
Het beroep is ongegrond.