BC/26-0023
Fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Régime de sécurité particulier individuel
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - HERNIEUWING - MOTIVERING
Het betreft thans reeds de zesde hernieuwing van zijn IBVR op grond van artikel 118 §7 van de basiswet.
Beroepsindiener werd 14 maanden geleden onder IBVR geplaatst onder verwijzing naar het aanhoudingsmandaat in verband met terroristische activiteiten en het daarin hernomen ‘risico van het radicaliseren van medegedetineerden’.
In de bestreden beslissing wordt gewezen op de recente vondst van twee USB-sticks en het gegeven dat beroepsindiener ‘sterk gefocust blijft op zijn geloof’.
Uit de loutere vondst van twee USB-sticks kan de beroepscommissie geen conclusies trekken over de specifiek aangehaalde ‘risico’s van collusie, radicalisering en rekrutering van andere gedetineerden’. Deze sticks werden blijkbaar overgemaakt aan de onderzoeksrechter, doch uit het administratief dossier blijkt niet waarom deze vondst zou wijzen op de –in deze zaak concreet- aangehaalde risico’s voor de veiligheid.
In de mate dat er in de bestreden beslissing, net als in het voorstel van de directeur, wordt verwezen naar ‘beschikbare informatie’ waaruit zou blijken dat er ‘actief’ sprake is van het ‘rekruteren van leden en het proberen beïnvloeden van personen tijdens het houden van persoonlijke contacten’ wordt er mogelijk verwezen naar motieven’, wijst de beroepscommissie er op dat de bestreden beslissing geen motieven bevat waarom de directeur-generaal zich wat dit betreft wenst te beroepen op de uitzondering op de motiveringsplicht.
De bestreden beslissing bevat geen enkele verwijzing naar (de uitzondering van) artikel 8 van de basiswet, zodat de beroepscommissie niet weet of er daadwerkelijk afgeschermde motieven bestaan die zij kan inzien.
De beroepscommissie kan voor het overige in het administratief dossier geen actueel en reëel risico in die zin ontwaren, zodat de beroepsindiener kan worden gevolgd in de mate dat hij in zijn beroep hekelt dat er thans geen elementen zijn die er op wijzen dat hij vanuit de gevangenis mensen rekruteert of probeert te beïnvloeden.
Ook het voorliggende psycho-medisch verslag is problematisch vanuit meerdere oogpunten. Het doet zich veeleer voor als een louter advies, zonder daadwerkelijk verslag over de verenigbaarheid van de nadere regels van het voorgestelde regime met de gezondheidstoestand van de gedetineerde.Daarnaast beoordeelt de betrokken psychiater drie maatregelen die hoegenaamd geen deel uitmaken van het voorgestelde regime.
In de bestreden uitspraak kon dan ook bezwaarlijk worden gemotiveerd dat uit het voorliggende psycho-medisch verslag de verenigbaarheid blijkt met de gezondheidstoestand van beroepsindiener en zijn psychologische evolutie blijkt.
Het betreft thans reeds de zesde hernieuwing van zijn IBVR op grond van artikel 118 §7 van de basiswet.
Beroepsindiener werd 14 maanden geleden onder IBVR geplaatst onder verwijzing naar het aanhoudingsmandaat in verband met terroristische activiteiten en het daarin hernomen ‘risico van het radicaliseren van medegedetineerden’.
In de bestreden beslissing wordt gewezen op de recente vondst van twee USB-sticks en het gegeven dat beroepsindiener ‘sterk gefocust blijft op zijn geloof’.
Uit de loutere vondst van twee USB-sticks kan de beroepscommissie geen conclusies trekken over de specifiek aangehaalde ‘risico’s van collusie, radicalisering en rekrutering van andere gedetineerden’. Deze sticks werden blijkbaar overgemaakt aan de onderzoeksrechter, doch uit het administratief dossier blijkt niet waarom deze vondst zou wijzen op de –in deze zaak concreet- aangehaalde risico’s voor de veiligheid.
In de mate dat er in de bestreden beslissing, net als in het voorstel van de directeur, wordt verwezen naar ‘beschikbare informatie’ waaruit zou blijken dat er ‘actief’ sprake is van het ‘rekruteren van leden en het proberen beïnvloeden van personen tijdens het houden van persoonlijke contacten’ wordt er mogelijk verwezen naar motieven’, wijst de beroepscommissie er op dat de bestreden beslissing geen motieven bevat waarom de directeur-generaal zich wat dit betreft wenst te beroepen op de uitzondering op de motiveringsplicht.
De bestreden beslissing bevat geen enkele verwijzing naar (de uitzondering van) artikel 8 van de basiswet, zodat de beroepscommissie niet weet of er daadwerkelijk afgeschermde motieven bestaan die zij kan inzien.
De beroepscommissie kan voor het overige in het administratief dossier geen actueel en reëel risico in die zin ontwaren, zodat de beroepsindiener kan worden gevolgd in de mate dat hij in zijn beroep hekelt dat er thans geen elementen zijn die er op wijzen dat hij vanuit de gevangenis mensen rekruteert of probeert te beïnvloeden.
Ook het voorliggende psycho-medisch verslag is problematisch vanuit meerdere oogpunten. Het doet zich veeleer voor als een louter advies, zonder daadwerkelijk verslag over de verenigbaarheid van de nadere regels van het voorgestelde regime met de gezondheidstoestand van de gedetineerde.Daarnaast beoordeelt de betrokken psychiater drie maatregelen die hoegenaamd geen deel uitmaken van het voorgestelde regime.
In de bestreden uitspraak kon dan ook bezwaarlijk worden gemotiveerd dat uit het voorliggende psycho-medisch verslag de verenigbaarheid blijkt met de gezondheidstoestand van beroepsindiener en zijn psychologische evolutie blijkt.