TUCHT
Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zijn klacht tegen een tuchtbeslissing van drie dagen ATV wegens één tuchtinbreuk van eerste categorie (de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee) gedeeltelijk gegrond werd verklaard. De klachtencommissie vond de klacht enkel maar gegrond in de mate dat in de tuchtbeslissing werd verwezen naar een inbreuk op het huishoudelijk reglement; zij bepaalde verder dat de tuchtbeslissing voor het overige overeind bleef. Klager gaat specifiek niet akkoord met het feit dat de klachtencommissie heeft bevestigd dat de directie de feiten – het trachten aanraken van het achterwerk van een beambte – bewezen kon achten. Ook de beroepscommissie is van oordeel dat het RAD voldoende duidelijk en gedetailleerd is. Dat de directie de feiten bewezen heeft verklaard, valt binnen haar discretionaire bevoegdheid. Zij is hierbij niet onzorgvuldig geweest. De beroepscommissie merkt ook op dat de directie in de tuchtbeslissing voldoende heeft gemotiveerd waarom zij klager schuldig achtte aan de hem ten laste gelegde feiten en waarom zij zijn ontkenning op de tuchtzitting ongeloofwaardig vond. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.
Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zijn klacht tegen een tuchtbeslissing van drie dagen ATV wegens één tuchtinbreuk van eerste categorie (de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee) gedeeltelijk gegrond werd verklaard. De klachtencommissie vond de klacht enkel maar gegrond in de mate dat in de tuchtbeslissing werd verwezen naar een inbreuk op het huishoudelijk reglement; zij bepaalde verder dat de tuchtbeslissing voor het overige overeind bleef. Klager gaat specifiek niet akkoord met het feit dat de klachtencommissie heeft bevestigd dat de directie de feiten – het trachten aanraken van het achterwerk van een beambte – bewezen kon achten. Ook de beroepscommissie is van oordeel dat het RAD voldoende duidelijk en gedetailleerd is. Dat de directie de feiten bewezen heeft verklaard, valt binnen haar discretionaire bevoegdheid. Zij is hierbij niet onzorgvuldig geweest. De beroepscommissie merkt ook op dat de directie in de tuchtbeslissing voldoende heeft gemotiveerd waarom zij klager schuldig achtte aan de hem ten laste gelegde feiten en waarom zij zijn ontkenning op de tuchtzitting ongeloofwaardig vond. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.