BC/25-0369
Non fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Autre décision directeur
Pas de décision du directeur
UITVOERING – GEEN BESLISSING DIRECTEUR
Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij twee klachten niet-ontvankelijk werden verklaard.
De eerste klacht ging over de vermeende niet-uitvoering door de directie van beslissing KC21/24-0151. Hierover voert klager in zijn beroepschrift enkel aan dat hij zich afvraagt hoe de klachtencommissie in zijn hoofd kan kijken, terwijl de leden niet als arts geschoold zijn. De klachtencommissie stelde in haar beslissing: “De klachtencommissie benadrukt dit aspect omdat hier in het verleden in hoofde van klager ook al onduidelijkheid over bestond (cfr. KC21/24-0015)”. De ‘in hoofde van’ is een juridische term en heeft niets met het medische van doen. Voor het overige voert klager geen ander argument aan waarom hij het oneens is met de beslissing van de klachtencommissie. De klachtencommissie oordeelde dat deze klacht niet-ontvankelijk was, omdat ze laattijdig werd ingediend. De beroepscommissie ziet geen redenen om hierover anders te oordelen. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.
De tweede klacht ging over het niet uithalen van klager voor een zitting in een kortgedingprocedure. De beroepscommissie wijst erop dat de klachtencommissie terecht heeft bevestigd dat de overbrenging van gedetineerden naar een rechtbank tot de bevoegdheid van de DAB behoort, dat de DAB een dienst is die onder de politie valt en dat een klacht over de gebrekkige werking van de DAB niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht valt. Uit door klager bij zijn initiële klacht gevoegd e-mailverkeer (tussen zijn advocaat en de griffie van de gevangenis) blijkt in ieder geval dat de griffie het nodige heeft gedaan om de DAB te contacteren en dat de DAB liet weten dat ze geen capaciteit had voor de uitvoering van de overbrenging. Uit de beschikbare informatie blijkt dus niet dat er sprake was van een beslissing die door of namens de directeur werd genomen en evenmin van een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. De klachtencommissie heeft ook deze klacht terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ook op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.
Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij twee klachten niet-ontvankelijk werden verklaard.
De eerste klacht ging over de vermeende niet-uitvoering door de directie van beslissing KC21/24-0151. Hierover voert klager in zijn beroepschrift enkel aan dat hij zich afvraagt hoe de klachtencommissie in zijn hoofd kan kijken, terwijl de leden niet als arts geschoold zijn. De klachtencommissie stelde in haar beslissing: “De klachtencommissie benadrukt dit aspect omdat hier in het verleden in hoofde van klager ook al onduidelijkheid over bestond (cfr. KC21/24-0015)”. De ‘in hoofde van’ is een juridische term en heeft niets met het medische van doen. Voor het overige voert klager geen ander argument aan waarom hij het oneens is met de beslissing van de klachtencommissie. De klachtencommissie oordeelde dat deze klacht niet-ontvankelijk was, omdat ze laattijdig werd ingediend. De beroepscommissie ziet geen redenen om hierover anders te oordelen. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.
De tweede klacht ging over het niet uithalen van klager voor een zitting in een kortgedingprocedure. De beroepscommissie wijst erop dat de klachtencommissie terecht heeft bevestigd dat de overbrenging van gedetineerden naar een rechtbank tot de bevoegdheid van de DAB behoort, dat de DAB een dienst is die onder de politie valt en dat een klacht over de gebrekkige werking van de DAB niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht valt. Uit door klager bij zijn initiële klacht gevoegd e-mailverkeer (tussen zijn advocaat en de griffie van de gevangenis) blijkt in ieder geval dat de griffie het nodige heeft gedaan om de DAB te contacteren en dat de DAB liet weten dat ze geen capaciteit had voor de uitvoering van de overbrenging. Uit de beschikbare informatie blijkt dus niet dat er sprake was van een beslissing die door of namens de directeur werd genomen en evenmin van een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. De klachtencommissie heeft ook deze klacht terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ook op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.