BC/25-0362
Non fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Pas de décision du directeur
GEÏNTERNEERDE – CELMUTATIE
Klager heeft beroep ingediend tegen twee beslissingen van de klachtencommissie. Enerzijds werd een klacht over het niet op ieder tijdstip mogen voederen van vogels niet-ontvankelijk verklaard. Anderzijds werd een klacht over een celmutatie niet-ontvankelijk verklaard en nog een andere klacht over een celmutatie ontvankelijk, maar niet gegrond verklaard. De beroepscommissie behandelt dossiers BC/25-0362 en BC/25-0263 in één beslissing.
Wat betreft de klacht over het niet mogen voederen van vogels kan de beroepscommissie nog in het midden laten of de initiële klacht al dan niet ontvankelijk was (de klachtencommissie heeft geoordeeld dat de klacht niet-ontvankelijk was). De klacht was in ieder geval manifest ongegrond. Er werd met klager meegedacht om het voederen van vogels zoveel als mogelijk te kunnen realiseren. Dat klager niet op ieder moment dat hij zou wensen door personeel zou worden geëscorteerd naar de locatie waar de voederplanken zich bevinden, is in geen geval onwettig, onredelijk of onbillijk. Het beroep is op dit vlak niet gegrond.
Wat betreft de klachten over de celmutatie, stelt de beroepscommissie vast dat klager van cel wenste te veranderen wegens nachtlawaai veroorzaakt door een medegedetineerde. Zijn eerste klacht daarover werd terecht niet-ontvankelijk verklaard door de klachtencommissie, omdat hem op dat moment enkel nog maar andere cellen werden aangeboden waarnaar hij mocht verhuizen. Het aanbod voor een celmutatie is geen beklagwaardige beslissing. De tweede klacht hierover was gericht tegen een verplichte celmutatie die volgde op de door klager geweigerde mutaties om naar een andere cel te verhuizen. De beroepscommissie stelt vast dat de directie wel degelijk oplossingen blijkt te hebben gezocht, bijvoorbeeld door klager twee verschillende cellen te hebben aangeboden. Uiteindelijk besliste zij om klager ‘gedwongen’ te verhuizen, maar dan wel naar een cel die op een zeer rustige plek lag en waar hij weinig kans had om te worden geconfronteerd met geluidsoverlast. Deze beslissing was enkel maar ingegeven vanuit de insteek om een oplossing te zoeken voor het door klager gemelde probleem. Deze beslissing valt in ieder geval binnen de discretionaire bevoegdheid van de directie. Het beroep is ook op dit vlak niet gegrond.
Klager heeft beroep ingediend tegen twee beslissingen van de klachtencommissie. Enerzijds werd een klacht over het niet op ieder tijdstip mogen voederen van vogels niet-ontvankelijk verklaard. Anderzijds werd een klacht over een celmutatie niet-ontvankelijk verklaard en nog een andere klacht over een celmutatie ontvankelijk, maar niet gegrond verklaard. De beroepscommissie behandelt dossiers BC/25-0362 en BC/25-0263 in één beslissing.
Wat betreft de klacht over het niet mogen voederen van vogels kan de beroepscommissie nog in het midden laten of de initiële klacht al dan niet ontvankelijk was (de klachtencommissie heeft geoordeeld dat de klacht niet-ontvankelijk was). De klacht was in ieder geval manifest ongegrond. Er werd met klager meegedacht om het voederen van vogels zoveel als mogelijk te kunnen realiseren. Dat klager niet op ieder moment dat hij zou wensen door personeel zou worden geëscorteerd naar de locatie waar de voederplanken zich bevinden, is in geen geval onwettig, onredelijk of onbillijk. Het beroep is op dit vlak niet gegrond.
Wat betreft de klachten over de celmutatie, stelt de beroepscommissie vast dat klager van cel wenste te veranderen wegens nachtlawaai veroorzaakt door een medegedetineerde. Zijn eerste klacht daarover werd terecht niet-ontvankelijk verklaard door de klachtencommissie, omdat hem op dat moment enkel nog maar andere cellen werden aangeboden waarnaar hij mocht verhuizen. Het aanbod voor een celmutatie is geen beklagwaardige beslissing. De tweede klacht hierover was gericht tegen een verplichte celmutatie die volgde op de door klager geweigerde mutaties om naar een andere cel te verhuizen. De beroepscommissie stelt vast dat de directie wel degelijk oplossingen blijkt te hebben gezocht, bijvoorbeeld door klager twee verschillende cellen te hebben aangeboden. Uiteindelijk besliste zij om klager ‘gedwongen’ te verhuizen, maar dan wel naar een cel die op een zeer rustige plek lag en waar hij weinig kans had om te worden geconfronteerd met geluidsoverlast. Deze beslissing was enkel maar ingegeven vanuit de insteek om een oplossing te zoeken voor het door klager gemelde probleem. Deze beslissing valt in ieder geval binnen de discretionaire bevoegdheid van de directie. Het beroep is ook op dit vlak niet gegrond.