Ga verder naar de inhoud

BC/25-0319

Non fondée Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Autre décision directeur
DEPONERING VOORWERPEN – BRIEFWISSELING

Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij initieel over vier klachten van klager werd geoordeeld. Klagers beroep gaat over al deze initiële klachten.

Vooreerst heeft de klachtencommissie een klacht tegen een beslissing van de directeur over de deponering van enkele voorwerpen (een nieuwe beslissing ter uitvoering van een eerdere beslissing van de klachtencommissie) niet gegrond verklaard. De klachtencommissie wees erop dat de directie dit keer wel correct een gemotiveerde beslissing had genomen. De beroepscommissie stelt echter vast dat de directie dan wel een nieuwe, gemotiveerde beslissing had genomen, maar ook dat de klachtencommissie heeft nagelaten om voor elk van de gedeponeerde voorwerpen te oordelen of de motivering die werd gegeven voor de deponering, wettig, redelijk en billijk is. De beroepscommissie is dit vervolgens zelf nagegaan. Voor sommige voorwerpen was de initiële klacht gegrond en voor andere niet gegrond (en voor nog andere was het beroep zonder voorwerp). Het beroep is op dit vlak ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.

Ten tweede heeft de klachtencommissie een klacht over de weigering om een eigen PlayStation 2 van buiten de gevangenis binnen te brengen ontvankelijk, maar niet gegrond verklaard. De beroepscommissie kan zich bij dit oordeel aansluiten. Zij wijst erop dat klager in zijn beroepschrift zelf aangeeft dat PlayStations 2 niet meer worden gemaakt en deze niet bij een officiële verdeler kunnen worden aangekocht. De weigering om klagers PlayStation 2 te laten wisselen door een andere die hij nog buiten liggen had of door een ander model van buiten de gevangenis is daardoor echter niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.

Ten derde heeft de klachtencommissie een klacht over het niet mogen binnenbrengen van speelkaarten naar aanleiding van een bezoek ontvankelijk en gegrond verklaard. Klager diende beroep in omdat de klachtencommissie had beslist dat de directie een nieuwe beslissing moest nemen; hij wil de speelkaarten echter onmiddellijk op cel. De beroepscommissie wijst erop dat het binnenbrengen van een gezelschapsspel via bezoek echter niet mogelijk is. Het staat klager vrij om speelkaarten aan te kopen via de kantine, dan wel een eigen set speelkaarten te laten binnenbrengen via de in het huishoudelijk reglement voorziene procedures (bv. via de post en na toelating van de directeur indien het geen ‘papierwaren’ betreft). De weigering om de speelkaarten te laten binnenbrengen, was dus wettig, redelijk en billijk. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk maar niet gegrond, met dien verstande dat de initiële klacht ontvankelijk, maar niet gegrond was.

Ten vierde heeft de klachtencommissie een klacht over het openen van twee brieven afkomstig van de CTRG niet-ontvankelijk verklaard, omdat dit feitelijk handelen van een beambte zou betreffen. De beroepscommissie wijst er echter op dat uit artikel 55, § 1 Basiswet blijkt dat, in zoverre de directeur de penitentiaire controle van aan een gedetineerde toegezonden brieven toewijst aan een personeelslid (in dit geval: de portier) diens beslissingen om een brief aan controle te onderworpen in ieder geval beslissingen namens de directeur betreffen. De directie heeft toegegeven dat de brieven werden geopend. Dit is onwettig. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk en gegrond.
Er werd een klachtendossier met referentie KC16/25-0233 opgestart