BC/25-0296
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - HERNIEUWING
Beroepsindiener stelt dat hij niet wekelijks bezocht werd door de arts, zoals wettelijk vereist is bij plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime. In tegenstelling tot wat beroepsindiener aanvoert, blijkt wel dat hij wekelijks werd gezien door de directeur van de gevangenis. De directrice-generaal erkent wel dat beroepsindiener niet wekelijks werd bezocht door een arts en stelt dat de verplichting inmiddels in herinnering werd gebracht bij de lokale directie en de gevangenisarts. Hoewel de beroepsindiener dus terecht opmerkt dat de wettelijke verplichting niet volledig correct werd nageleefd in de periode voor de hier bestreden beslissing, betreft dit alleen de naleving van een wettelijke verplichting die vreemd blijft aan de beslissing tot hernieuwing van het IBVR zodat de rechtmatigheid van deze beslissing hierdoor niet wordt aangetast.
De beroepsindiener voert in zijn tweede argument een schending aan van artikel 3 EVRM. De beroepsindiener bevindt zich onmiskenbaar in een vorm van relatieve isolatie zoals wordt bedoeld in de rechtspraak van het EHRM betreffende artikel 3 EVRM. In het geactualiseerd vertrouwelijk advies van 23 september 2025 blijkt opnieuw dat er een bijzonder actuele en zeer ernstige dreiging bestaat voor de fysieke en psychische integriteit van derden, omwille van het risico op het plegen van nieuwe misdrijven en het verderzetten van criminele activiteiten tijdens detentie, vanuit de leidende rol van de beroepsindiener in een criminele organisatie. Deze informatie, afkomstig van veiligheidsdiensten, bevat verontrustende elementen die aantonen dat er van de beroepsindiener nog steeds een veiligheidsdreiging uitgaat. Tevens zijn de maatregelen inderdaad strikt, maar toch is er een versoepeling ten opzichte van de vorige beslissing: zo is individueel tafelbezoek zonder transparante wand toegestaan – mits strikte veiligheidsvoorwaarden. Het isolatieregime nadert het jaar, wat niet als kort kan worden beschouwd. Toch moet deze duurtijd worden beoordeeld in samenhang met het doel en de actuele dreiging. Gelet op de voortdurende veiligheidsrisico’s, zoals bevestigd in het vertrouwelijk advies, en het feit dat er periodieke herbeoordelingen plaatsvinden, kan de verlenging in casu worden verantwoord. De effecten op de beroepsindiener zijn niet te onderschatten, maar er zijn inspanningen geleverd om deze te verzachten. In de mate dat beroepsindiener in het bijzonder aangeeft dat het nagenoeg onmogelijk is om het toegekende individueel tafelbezoek te organiseren aangezien hij niet mag telefoneren naar zijn familie, is de beroepscommissie van oordeel dat de directrice-generaal in haar verweer op voldoende wijze aantoont dat hier praktische oplossingen voor bestaan. Gelet op deze mogelijkheden om de regeling van het individueel tafelbezoek alsnog mogelijk te maken ondanks het telefonieverbod, is vooralsnog niet aangetoond dat de versoepeling in de praktijk niet uitvoerbaar is. Om deze redenen is er in de huidige stand van het geding dan ook geen sprake van schending van artikel 3 EVRM.
De beroepscommissie verklaart het beroep tegen de beslissing van de directrice-generaal van 2 oktober 2025 ontvankelijk, maar niet gegrond.
! Tegen deze uitspraak werd een cassatieberoep ingediend bij de Raad van State!