Ga verder naar de inhoud

BC/25-0254

Non fondée Fondée Irrecevable Beroepscommissie Commission d'Appel Autre décision directeur Pas de décision du directeur
SCHADE – CAMERABEELDEN

Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij enerzijds een klacht over het verdwijnen van goederen tijdens een celcontrole niet-ontvankelijk werd verklaard en anderzijds een klacht over het niet krijgen van toegang tot camerabeelden ontvankelijk, maar ongegrond werd verklaard.

Wat betreft de eerste klacht, wijst de beroepscommissie erop dat op de directie ten aanzien van de gedetineerde die aan haar meldt dat hij bepaalde goederen mist, een actieve informatieplicht rust. De collectieve brieven (zo ook collectieve brief nr. 133) richten zich immers tot de penitentiaire inrichtingen en niet tot de gedetineerde. De directie moet de gedetineerde op de hoogte stellen van de mogelijkheid een schadevergoeding te verkrijgen en moet hem in staat stellen het bedoelde formulier in te vullen of te laten invullen. De beroepscommissie wijst erop dat in het huidige dossier voldoende duidelijk bleek dat klager een schadevergoeding wenste voor de voorwerpen waarvan hij meende dat deze verdwenen waren naar aanleiding van een celcontrole. De klachtencommissie kon de klacht niet zomaar afwijzen als niet-ontvankelijk omdat klager niet uit zichzelf het in bijlage 1 bij collectieve brief nr. 133 bedoelde formulier zou hebben opgevraagd, ingevuld en aan de directie zou hebben bezorgd. Uit niets blijkt dat klager door de directie werd geïnformeerd over deze mogelijkheid of dat hij op de hoogte werd gebracht van de mogelijkheid om via deze weg een schadevergoeding te verkrijgen. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk en gegrond.

De tweede klacht ging over het feit dat klager camerabeelden over de celcontrole waarbij zijn goederen zouden verdwenen zijn niet mocht bekijken met zijn advocaat. De beroepscommissie heeft reeds eerder geoordeeld dat de directie in de procedure tot het aanvragen van toegang tot camerabeelden zelf geen beslissingsbevoegdheden heeft. Slechts twee momenten in deze procedure zijn vatbaar zijn voor een beklag: enerzijds de verplichting voor de directie om de aanvraag van een gedetineerde zo spoedig mogelijk te verzenden naar de Dienst Informatiebeheer en Gegevensbescherming (‘IBGB’) en anderzijds om de gedetineerde van de beslissing van de IBGB op de hoogte te brengen en deze beslissing uit te voeren. De directie heeft in dit dossier op een wettige, redelijk en billijke wijze gehandeld. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.