Ga verder naar de inhoud

BC/25-0228

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel
STAKING - WANDELING - ONTVANKELIJKHEID- TERMIJN - TEGEMOETKOMING

3.1 Over de ontvankelijkheid

Het beroepschrift is niet gedateerd en werd door de beroepscommissie via de maandcommissaris ontvangen op 29 juli 2025.

De bestreden uitspraak werd evenwel per gewone post betekend aan klager, doch zonder ontvangstbewijs.
Bij gebreke van aangetekende zending met ontvangstbewijs, kan niet achterhaald worden wanneer klager de bestreden uitspraak daadwerkelijk heeft ontvangen.

Wel staat vast dat het klachtensecretariaat de uitspraak op 9 juli 2025 per gewone post verstuurde.

Rekening houdend met de tegenwoordig onvoorspelbare behandeltermijnen van gewone post bij B-post, alsook de onregelmatige lichting van de klachtenbus door de maandcommissaris, zou het onredelijk zijn het beroep zonder meer onontvankelijk te verklaren omdat de beroepstermijn van zeven dagen zou zijn overschreden.

Gelet op deze omstandigheden, wenst de beroepscommissie de gepaste soepelheid aan te leggen zoals voorzien in artikel 150 §5 lid 2 van de basiswet (eigen onderlijning):
“De klacht wordt ingediend uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen.
Een na afloop van deze termijn ingediende klacht is niettemin ontvankelijk indien blijkt, rekening houdend met alle omstandigheden, dat de gedetineerde de klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden.”

Overeenkomstig de artikel 159 §3 van de basiswet is deze bepaling ook van toepassing op het hoger beroep tegen de uitspraak van de klachtencommissie.


3.2 Over de tegemoetkoming

Het inrichtingshoofd weerlegt niet dat de opgelegde tegemoetkoming zou worden uitgevoerd op de individuele wandelkoer, die tevens wordt ingezet om het recht op één uur buitenlucht te garanderen tijdens een ATV of opsluiting in de strafcel of wanneer gedetineerden een tuchtsanctie oplopen die neerkomt op het verbod om deel te nemen aan de wandeling in gemeenschappelijk verband.

Hoewel het vanzelfsprekend de bedoeling was van de klachtencommissie om de gedetineerde éénmalig te laten wandelen op de gemeenschappelijke wandelkoer, is het echter niet ondenkbaar dat het niet uitvoerbaar is voor de directie om dit te organiseren voor elke gedetineerde die individueel een dergelijke compensatie zou opgelegd krijgen.

Intussen paste dezelfde klachtencommissie haar praktijk omtrent het toekennen van een dergelijke compensatie in gelijkaardige dossiers overigens aan en legt zij voortaan (15 minuten) belkrediet op.

Bij de beoordeling van de vraag of een tegemoetkoming moet worden toegekend houdt de beroepscommissie niet enkel rekening met de tegemoetkoming die in soortgelijke zaken werd toegekend, doch streeft zij in het bijzonder naar een tegemoetkoming die op een passende wijze erkenning inhoudt van het nadeel dat de klager heeft ondergaan.

De beroepscommissie verklaart het beroep dan ook gegrond en hervormt de tegemoetkoming naar een belkrediet van 60 minuten, hetgeen de beroepscommissie meer passend voorkomt, rekening houdend met het feit dat klager één uur buitenlucht werd ontnomen.

Het (opnieuw) horen van het inrichtingshoofd over deze tegemoetkoming is zonder voorwerp, nu het inrichtingshoofd naliet om opmerkingen te formuleren.

Overigens wordt dergelijke tegemoetkoming op louter administratieve wijze door de penitentiaire administratie verwerkt, zodat het (opnieuw) horen van het inrichtingshoofd over deze tegemoetkoming in ieder geval zonder voorwerp is.