Ga verder naar de inhoud

BC/25-0140

Beroepscommissie Commission d'Appel Autre décision directeur
CEL - ART. 3 EVRM

De klachtencommissie oordeelde dat de klager naliet te verduidelijken in welke zin zijn cel smerig zou zijn en een schending van artikel 3 EVRM zou inhouden.
De klager werpt op dat zijn bewering dat zijn nieuwe cel zeer smerig is, niet door de directie werd tegengesproken. Volgens de klager zou het feitelijke gegeven bijgevolg voor waar moet worden aangenomen.
De loutere bewering dat een cel ‘zeer smerig’ is, zonder verdere verduidelijking of toelichting, verkrijgt niet de hoedanigheid van een vaststaand feitelijk gegeven doordat de directie in haar opmerkingen aan de klachtencommissie dit onvermeld heeft gelaten.
Het komt in eerste instantie aan de klager toe de feiten die hij aanvoert, minstens aannemelijk te maken. Een loutere bewering daartoe volstaat niet. Evenmin is in die omstandigheden de klachten- of beroepscommissie ertoe gehouden hiernaar zelf onderzoek te voeren.
Het beroep is dan ook ongegrond.