BC/25-0020
Non fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - OVERBRENGING ZIEKENHUIS
De directeur beslist niet over de vraag of de overbrenging van een gedetineerde naar een gespecialiseerde gevangenis, een ziekenhuis of een instelling voor gezondheidszorg nodig is voor een diagnostisch onderzoek of een medisch aanbevolen gespecialiseerde behandeling waarvoor de gevangenis niet of onvoldoende is uitgerust.
Het initiatief daartoe berust bij de aan de gevangenis verbonden arts. De directeur is er alleen verantwoordelijk voor dat hij het nodige doet wat binnen zijn bevoegdheden en mogelijkheden valt, om de overbrenging die de arts nodig acht, mogelijk te maken.
De klachtencommissie is bijgevolg niet bevoegd om te oordelen over de klacht van een gedetineerde die meent dat de aan de gevangenis verbonden arts zou nalaten een noodzakelijke medische overbrenging te vragen.
De omstandigheid dat wanneer de gedetineerde naar een ziekenhuis of naar een instelling voor gezondheidszorg wordt overgebracht, dit ziekenhuis of die instelling als een bijhuis van de gevangenis wordt beschouwd, houdt niet in dat ook de overbrenging, of de weigering van overbrenging, als zodanig een beslissing van de directeur is op dezelfde wijze als een beslissing tot toewijzing van de cel. Dat het ziekenhuis of de instelling als een bijhuis van de gevangenis wordt beschouwd, brengt alleen tot uitdrukking dat de gedetineerde aan het gezag van de directeur onderworpen blijft en dat de bepalingen van de Basiswet van toepassing blijven. Het impliceert niet dat redenen om de gedetineerde al dan niet over te brengen ook door de klachtencommissie zouden kunnen worden beoordeeld.
De directeur beslist niet over de vraag of de overbrenging van een gedetineerde naar een gespecialiseerde gevangenis, een ziekenhuis of een instelling voor gezondheidszorg nodig is voor een diagnostisch onderzoek of een medisch aanbevolen gespecialiseerde behandeling waarvoor de gevangenis niet of onvoldoende is uitgerust.
Het initiatief daartoe berust bij de aan de gevangenis verbonden arts. De directeur is er alleen verantwoordelijk voor dat hij het nodige doet wat binnen zijn bevoegdheden en mogelijkheden valt, om de overbrenging die de arts nodig acht, mogelijk te maken.
De klachtencommissie is bijgevolg niet bevoegd om te oordelen over de klacht van een gedetineerde die meent dat de aan de gevangenis verbonden arts zou nalaten een noodzakelijke medische overbrenging te vragen.
De omstandigheid dat wanneer de gedetineerde naar een ziekenhuis of naar een instelling voor gezondheidszorg wordt overgebracht, dit ziekenhuis of die instelling als een bijhuis van de gevangenis wordt beschouwd, houdt niet in dat ook de overbrenging, of de weigering van overbrenging, als zodanig een beslissing van de directeur is op dezelfde wijze als een beslissing tot toewijzing van de cel. Dat het ziekenhuis of de instelling als een bijhuis van de gevangenis wordt beschouwd, brengt alleen tot uitdrukking dat de gedetineerde aan het gezag van de directeur onderworpen blijft en dat de bepalingen van de Basiswet van toepassing blijven. Het impliceert niet dat redenen om de gedetineerde al dan niet over te brengen ook door de klachtencommissie zouden kunnen worden beoordeeld.