BC/24-0446
Non fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Appel partiel sur une décision de Commission des plaintes
TEGEMOETKOMING
Op zichzelf hoeft de loutere vaststelling dat de klager niet uitdrukkelijk een tegemoetkoming vraagt, de toekenning van een tegemoetkoming niet uit te sluiten. Uit de tekst van artikel 158, § 4 van de Basiswet volgt ook dat de klachten- of beroepscommissie niet verplicht is een tegemoetkoming toe te kennen.
Bij de beoordeling van de vraag of een tegemoetkoming moet worden toegekend, houdt de beroepscommissie rekening met de gegevens van de zaak, de gronden waarop de klacht gegrond werd bevonden, de aard van het ondergane nadeel, de mogelijkheid om het ondergane nadeel door een gelijkwaardige prestatie te compenseren en met de tegemoetkomingen die in soortgelijke zaken worden toegekend. De op die wijze bepaalde tegemoetkoming moet op passende wijze de erkenning inhouden van het nadeel dat de klager heeft ondergaan.
De klachtencommissie heeft de tuchtbeslissing op hoofdzakelijk formele gronden vernietigd. Zij oordeelde dat het verweer van de directie over de geloofwaardigheid van de bekentenis van de celgenoot die de klager zou vrijpleiten van schuld aan het bezit van een verboden substantie, niet zonder grond was. Zij overwoog dat de directie wel degelijk redenen had om geen geloof te hechten aan de bekentenis van de celgenoot. De klachtencommissie stelde evenwel vast dat de motivering van de tuchtbeslissing aan dit alles voorbijging. Voorts stelde de klachtencommissie vast dat de tuchtbeslissing in het ongewisse liet of de duur van de sanctie al dan niet met de duur van de voorlopige maatregel rekening had gehouden.
In deze omstandigheden is er naast de vernietiging van de tuchtbeslissing geen reden aanleiding tot toekenning van een tegemoetkoming.
Op zichzelf hoeft de loutere vaststelling dat de klager niet uitdrukkelijk een tegemoetkoming vraagt, de toekenning van een tegemoetkoming niet uit te sluiten. Uit de tekst van artikel 158, § 4 van de Basiswet volgt ook dat de klachten- of beroepscommissie niet verplicht is een tegemoetkoming toe te kennen.
Bij de beoordeling van de vraag of een tegemoetkoming moet worden toegekend, houdt de beroepscommissie rekening met de gegevens van de zaak, de gronden waarop de klacht gegrond werd bevonden, de aard van het ondergane nadeel, de mogelijkheid om het ondergane nadeel door een gelijkwaardige prestatie te compenseren en met de tegemoetkomingen die in soortgelijke zaken worden toegekend. De op die wijze bepaalde tegemoetkoming moet op passende wijze de erkenning inhouden van het nadeel dat de klager heeft ondergaan.
De klachtencommissie heeft de tuchtbeslissing op hoofdzakelijk formele gronden vernietigd. Zij oordeelde dat het verweer van de directie over de geloofwaardigheid van de bekentenis van de celgenoot die de klager zou vrijpleiten van schuld aan het bezit van een verboden substantie, niet zonder grond was. Zij overwoog dat de directie wel degelijk redenen had om geen geloof te hechten aan de bekentenis van de celgenoot. De klachtencommissie stelde evenwel vast dat de motivering van de tuchtbeslissing aan dit alles voorbijging. Voorts stelde de klachtencommissie vast dat de tuchtbeslissing in het ongewisse liet of de duur van de sanctie al dan niet met de duur van de voorlopige maatregel rekening had gehouden.
In deze omstandigheden is er naast de vernietiging van de tuchtbeslissing geen reden aanleiding tot toekenning van een tegemoetkoming.
Er werd een klachtendossier met referentie KC05/24-0373 opgestart