Ga verder naar de inhoud

BC/24-0429

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE - COLLECTIEVE ACTIE

De beroepscommissie verwijst vooreerst naar haar recente uitspraak inzake de klacht (en navolgend beroep) die beroepsindiener eerder indiende tegen de tuchtsanctie van 31 oktober 2024.
De beroepscommissie (BC/24-0424) floot de klachtencommissie terug en vernietigde deze tuchtsanctie in essentie, omdat beroepsindiener ten onrechte een buitenproportionele zelfverdedigingsreactie werd verweten, gelet op het aandeel van andere gedetineerden en omdat geen rekening werd gehouden met zijn blanco strafregister.

Het gegeven dat beroepsindiener aldus nadien gelijk kreeg en op 31 oktober 2024 ten onrechte werd gesanctioneerd met 14 dagen ATV, gaf hem destijds echter geen vrijgeleide voor de navolgende feiten diezelfde avond.
Wanneer beroepsindiener zich geconfronteerd zag met de tuchtsanctie van 31 oktober 2024, dan had hij louter de klachten- en desgevallend beroepsprocedure moeten afwachten om deze vernietigd te zien.
Door op de navolgende wandeling diezelfde avond nog zijn medegedetineerden op te roepen om te protesteren tegen de hem opgelegde sanctie, heeft hij zich inderdaad schuldig gemaakt aan een tuchtrechtelijke inbreuk.

(....)
De klachtencommissie oordeelde dan ook terecht dat beroepsindiener volgende tuchtrechtelijke inbreuken kon worden verweten:
- De opzettelijke aantasting van de orde;
- Het niet-naleven van de door het Huishoudelijk Reglement voorgeschreven bepalingen;
- Het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel.

De beroepscommissie is evenwel niet overtuigd dat de directie had kunnen opteren voor de kwalificatie van het aanzetten tot een collectieve actie , nu niet is aangetoond dat “de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar werden gebracht” overeenkomstig de interpretatie in de rechtspraak van de Raad van State omtrent collectieve acties.
Hoewel de tussenkomst van de politie uiteindelijk werd gevraagd, is er geen sprake van geweld bij de protestactie, zodat deze kwalificatie dient te worden geschrapt.

Deze vaststelling heeft echter geen gevolgen voor de straftoemeting, nu ook de kwalificatie als “opzettelijke aantasting van de orde” immers een tuchtinbreuk uitmaakt van de tweede categorie.