Ga verder naar de inhoud

BC/24-0319

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Régime de sécurité particulier individuel
IBVR - ONTVANKELIJKHEID - BEVOEGDHEID DIRECTEUR-GENERAAL

Overeenkomstig artikel 118 §10 juncto de artikelen 165 §4 en 150 §2 van de basiswet, dient het beroep gericht tegen een (hernieuwing van) IBVR, naar analogie met een klacht, ‘zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt’ en “de redenen” van het beroep vermelden. Beroepsindiener werpt terecht op dat het feit dat hij een formulier van de klachtencommissie hanteerde, ondergeschikt is aan het feit dat de bestreden beslissing aan het beroep werd toegevoegd, zodat er geen discussie kan bestaan over het voorwerp van het beroep.
Het beroep is evenmin onontvankelijk bij gebreke aan nauwkeurige weergave van de redenen van het beroep, aangezien daarin beknopt maar duidelijk wordt gesteld: ‘Het opleggen van het regime is niet proportioneel”.

De beroepscommissie merkt vooreerst op dat het feit dat in de bestreden beslissing wordt verwezen naar vertrouwelijke informatie op zich onvoldoende is om te stellen dat de bestreden beslissing niet proportioneel is.
Deze informatie mag dan wel van beroepsindiener afgeschermd zijn, maar de beroepscommissie heeft er kennis van genomen ter waarborging van de rechten van verdediging van beroepsindiener.Thans blijkt uit de vertrouwelijke informatie op actuele, betrouwbare en concrete wijze dat er sprake is van een absolute en dwingende noodzaak om het bezoek en telefonisch contact ten aanzien van zijn ouders, zus en dochter te beperken.
In die zin blijken ook de maatregelen van glasbezoek en de gedeeltelijke ontzegging van het gebruik van de telefoon uit de bestreden beslissing proportioneel in het licht van de ingekeken informatie.

Wat daarentegen wel de wenkbrauwen doet fronsen, is dat in de bestreden beslissing op zeer uitgebreide wijze wordt verwezen naar de (door de directeur, al dan niet op instructie van de directeur-generaal en alleszins ‘op grond van het binnen het DG EPI ontvangen vertrouwelijke informatie’) parallel genomen ordemaatregelen die verder gaan dan deze maatregelen. Hoewel de beroepscommissie thans niet gevat is door enig beroep inzake de klacht die beroepsindiener indiende bij de klachtencommissie tegen deze ordemaatregelen, maken ze blijkens deze uitgebreide motivering inherent deel uit van het regime dat beroepsindiener niet proportioneel acht.
De beroepscommissie kan dan ook niet anders dan opmerken dat er op deze manier sprake is van een de facto toepassing van de nieuwe bepalingen inzake het uitgebreider IBVR voor profielen gelinkt aan de georganiseerde drugscriminaliteit.Beroepsindiener wordt met andere woorden via deze combinatie onderworpen aan een regime dat de facto identiek is, als ware hij in een IBVR geplaatst overeenkomstig artikel 117 §2 en 118 §3/1 van de basiswet.Deze vaststelling kan echter niet leiden tot een vernietiging van het thans bestreden IBVR, dat immers slechts glasbezoek oplegt, maar kan mogelijks aanleiding geven tot een intrekking van de ordemaatregelen waarnaar uitgebreid verwezen wordt.

Daarenboven kan de directeur-generaal in het kader van de klassieke IBVR procedure evenmin strengere maatregelen opleggen dan voorgesteld door de directeur, terwijl de directeur-generaal thans van het tegendeel uitgaat.Waar de beroepscommissie echter zwaarder aan tilt, is het feit dat de directeur-generaal in de bestreden beslissing tot hernieuwing van het IBVR de maatregel van “Systematische toepassing van het onderzoek aan de kledij” toevoegt, terwijl die geen deel uitmaakte van het voorstel van de directeur van de gevangenis van Dendermonde. Aldus werd beroepsindiener niet gehoord over zijn verweermiddelen tegen deze maatregel, zodat de hoorplicht in deze is geschonden.