Ga verder naar de inhoud

BC/24-0078

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL – MOTIVERING – BEZOEK – BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL

De beroepscommissie stelt vast dat de ordemaatregel voor een duur van 3 maanden werd opgelegd, terwijl er sprake was van een nakende transfer naar de gevangenis van Hasselt, alwaar de bijzondere veiligheidsmaatregelen vervolgens overigens niet werden verlengd, rekening houdend met het bepaalde in artikel 112 §3 van de basiswet (“In geval van overbrenging naar een andere gevangenis beslist de directeur van die gevangenis of er nog gronden bestaan voor de handhaving van die maatregelen.”).

De basiswet bevat geen gelijkaardige bepaling onder het hoofdstuk III dat (de beperkingen op) de contacten met de buitenwereld regelt, maar het algemeen beginsel uit artikel 105 §1 lid 2 van de basiswet geldt onverkort (eigen onderlijning): “De aan de gedetineerde opgelegde plichten en beperkingen van rechten met het oog op de handhaving van de orde en de veiligheid moeten, zowel door hun aard als door hun duur, in verhouding staan tot deze doelstellingen.”

Aangezien de motivering van de bestreden drievoudige ordemaatregel voor het overige bovendien identiek is aan de bijzondere veiligheidsmaatregel (met een duur van 7 dagen en maximaal driemaal verlengbaar), kan niet worden ingezien waarom de ordemaatregel zoals diezelfde dag opgelegd door de directie te Brugge pas ‘driemaandelijks worden geëvalueerd’, aldus -na transfer- door de directie te Hasselt.

De directeur kon dan ook niet redelijkerwijs de bestreden ordemaatregel voor een duur van drie maanden opleggen.

Deze duur is niet alleen buitenproportioneel in het licht van de duur van de parallel genomen en identiek gemotiveerde BVM en de nakende verwijdering uit de gevangenis, doch ook in de wetenschap dat zelfs een gedetineerde die onder IBVR werd geplaatst zijn contacten niet meer dan twee maanden kan ingeperkt zien zonder tussentijdse evaluatie.

Aangezien de klacht tegen de ordemaatregel overeenkomstig bovenstaande herbeoordeling door de beroepscommissie alsnog gegrond moet worden verklaard, blijft het beschikkend gedeelte van de uitspraak van de klachtencommissie overeind, nu de ordemaatregel terecht werd vernietigd, zij het op de gronden zoals hierboven weergegeven.