BC/24-0015
Fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Autre décision directeur
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - BRIEFWISSELING - UITVOERING - KLACHTENPROCEDURE - PERSONEEL
De beroepscommissie bevestigt de beslissing van de klachtencommissie met betrekking tot de weigering van de griffie kopieën te maken en met betrekking tot de vraag inzake de passieve openbaarheid van bestuur.
Wat de klacht met betrekking tot de weigering van de griffie om kopieën te maken betreft, hervormt de beroepscommissie de beslissing in die zin dat de oorspronkelijke klacht ontvankelijk had moeten worden verklaard. De beslissing die de medewerker van de griffie nam om de kopieën te maken werd niet genomen door de directeur, maar wel door een penitentiair beambte die handelde namens de directeur. Het penitentiair personeel handelt immers onder het gezag en de verantwoordelijkheid van de directie bij de uitoefening van haar taken. De beroepscommissie meent evenwel dat de weigering om kopieën te maken een wettige beslissing is, nu een recht op kopieën noch in het huishoudelijk reglement, noch in de wet voorzien wordt. Tevens is het een redelijke beslissing, gelet op de grote vraag vanwege klager, dat het aantal kopieën per maand gelimiteerd wordt.
Wat de vraag inzake de passieve openbaarheid van bestuur betreft, volgt de beroepscommissie de klachtencommissie dat er geen beslissing van de directeur kan ontwaard worden. De initiële klacht werd terecht onontvankelijk verklaard.
De beroepscommissie vernietigt de beslissing van de klachtencommissie met betrekking tot de terugzending van erotische films en de detentieplanning van klager.
De klachtencommissie oordeelde onterecht tot de onontvankelijkheid betreffende de klacht met betrekking tot de terugzending van de erotische films omwille van het feit dat dit louter feitelijk handelen van het personeel betrof. Het louter feitelijk handelen houdt immers verband met de uitvoering van een beslissing van de directie, waardoor het wel degelijk onder het toepassingsgebied van het beklagrecht valt. De verantwoordelijkheid voor de verwerking van de in- en uitgaande post ligt immers bij de directeur. Het valt niet te verantwoorden waarom een pakket meer dan 2 maanden moet blijven liggen alvorens verstuurd te worden. Dat de directie reeds de opdracht gaf de dvd’s terug te sturen, bevrijdt haar niet van haar verantwoordelijkheid. Het beroep is gegrond.
Wat het detentieplan van klager betreft, stelt de beroepscommissie vast dat voor de gedetineerde zulk individueel detentieplan nog niet is opgesteld. Hoewel het uitwerken van een individueel detentieplan niet volledig bij de directeur ligt, is de beroepscommissie wel van oordeel dat de directeur hier minstens een initiatief in moet nemen. De richtlijnen door DG EPI gegeven om de procedure voor het individueel detentieplan te regelen
bevestigen dit standpunt. Het beroep is gegrond.
De beroepscommissie bevestigt de beslissing van de klachtencommissie met betrekking tot de weigering van de griffie kopieën te maken en met betrekking tot de vraag inzake de passieve openbaarheid van bestuur.
Wat de klacht met betrekking tot de weigering van de griffie om kopieën te maken betreft, hervormt de beroepscommissie de beslissing in die zin dat de oorspronkelijke klacht ontvankelijk had moeten worden verklaard. De beslissing die de medewerker van de griffie nam om de kopieën te maken werd niet genomen door de directeur, maar wel door een penitentiair beambte die handelde namens de directeur. Het penitentiair personeel handelt immers onder het gezag en de verantwoordelijkheid van de directie bij de uitoefening van haar taken. De beroepscommissie meent evenwel dat de weigering om kopieën te maken een wettige beslissing is, nu een recht op kopieën noch in het huishoudelijk reglement, noch in de wet voorzien wordt. Tevens is het een redelijke beslissing, gelet op de grote vraag vanwege klager, dat het aantal kopieën per maand gelimiteerd wordt.
Wat de vraag inzake de passieve openbaarheid van bestuur betreft, volgt de beroepscommissie de klachtencommissie dat er geen beslissing van de directeur kan ontwaard worden. De initiële klacht werd terecht onontvankelijk verklaard.
De beroepscommissie vernietigt de beslissing van de klachtencommissie met betrekking tot de terugzending van erotische films en de detentieplanning van klager.
De klachtencommissie oordeelde onterecht tot de onontvankelijkheid betreffende de klacht met betrekking tot de terugzending van de erotische films omwille van het feit dat dit louter feitelijk handelen van het personeel betrof. Het louter feitelijk handelen houdt immers verband met de uitvoering van een beslissing van de directie, waardoor het wel degelijk onder het toepassingsgebied van het beklagrecht valt. De verantwoordelijkheid voor de verwerking van de in- en uitgaande post ligt immers bij de directeur. Het valt niet te verantwoorden waarom een pakket meer dan 2 maanden moet blijven liggen alvorens verstuurd te worden. Dat de directie reeds de opdracht gaf de dvd’s terug te sturen, bevrijdt haar niet van haar verantwoordelijkheid. Het beroep is gegrond.
Wat het detentieplan van klager betreft, stelt de beroepscommissie vast dat voor de gedetineerde zulk individueel detentieplan nog niet is opgesteld. Hoewel het uitwerken van een individueel detentieplan niet volledig bij de directeur ligt, is de beroepscommissie wel van oordeel dat de directeur hier minstens een initiatief in moet nemen. De richtlijnen door DG EPI gegeven om de procedure voor het individueel detentieplan te regelen
bevestigen dit standpunt. Het beroep is gegrond.