Ga verder naar de inhoud

BC/24-0001

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Régime de sécurité particulier individuel
IBVR - BIJSTAND RAADSMAN

De beroepscommissie stelt vast dat de directeur-generaal verwijst naar een ‘nieuwe beslissing’ die op 3 januari 2024 werd genomen en die de bestreden beslissing van 22 december 2023 zou vervangen. Er is volgens de beroepscommissie evenwel geen sprake van een klassieke intrekking van de bestreden beslissing, doch slechts van een “rechtzetting van een materiële vergissing”, zoals ook opgenomen in de titel van de vermeende nieuwe beslissing. De beroepscommissie buigt zich dan ook over de initiële beslissing van 22 december 2023, waarbij de navolgende rechtzetting wordt gezien als een inherent onderdeel (‘accessorium’) van deze beslissing.
De beroepscommissie stelt in deze zaak vast dat beroepsindiener tijdens de hoorzitting door de directeur op 19 december 2023 niet werd bijgestaan door een raadsman, terwijl hij bij aanvang van de hoorzitting nochtans de wens om bijstand van ‘zijn’ raadsman bevestigde. Beroepsindiener weigerde vervolgens weliswaar het recht op bijstand door een ‘andere’ raadsman, doch de beroepscommissie is niet overtuigd dat beroepsindiener daarmee op algemene wijze ondubbelzinnig en onmiskenbaar afstand deed van zijn recht op bijstand door ‘een’ raadsman.Het is niet redelijk dat de directie in de gegeven omstandigheden geen ambsthalve éénmalig uitstel toekende om beroepsindiener in de gelegenheid te stellen zijn verweermiddelen omtrent het voorstel tot plaatsing in IBVR uiteen te zetten met bijstand van zijn gekozen raadsman.
Het recht op bijstand van een advocaat is niet alleen fundamenteel in tuchtprocedures, doch ook in het kader van een IBVR-procedure. Er is dan ook sprake van een schending van de rechten van verdediging in het kader van artikel 118 §3 van de basiswet.