Ga verder naar de inhoud

BC/23-0344

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Disciplinaire
TUCHT

In deze zaak bevestigt de beroepscommissie de beslissing van de klachtencommissie. Deze laatste had de initiële klacht ongegrond verklaard. Het beroep, ingediend door de gedetineerde werd dus ongegrond verklaard.

Klager diende aanvankelijk klacht in tegen een beslissing van de directie om hem een bijzondere tuchtsanctie op te leggen, namelijk de ontzegging van het bezit van zijn stereo-installatie voor een periode van 14 dagen wegen de opzettelijke aantasting van de orde, het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel en het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort.

De directeur verwijst in de motivering van de tuchtbeslissing naar het RAD. De rapporten aan de directeur vormen voor de directie van de penitentiaire inrichting een belangrijke basis als bewijs voor de tuchtrechtelijke inbreuk. De directie kan er redelijkerwijze van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen. Een loutere ontkenning is niet voldoende. De beroepscommissie volgt de klachtencommissie in haar oordeel dat de directie de feiten redelijkerwijze als bewezen kon verklaren.

Deze sanctie is conform de wet en binnen de grenzen van de redelijkheid en de billijkheid. De beslissing is voldoende uitgebreid gemotiveerd en de opgelegde sanctie is conform de wet.