OVERPLAATSING - DETENTIEGEDRAG
De datum waarop de beroepsindiener kennis kreeg van de beslissing van de directeur-generaal is niet gekend. Aangezien klager aan zijn beroepschrift een bijlage voegt die hij op 2 november 2023 afdrukte met het oog op de onderbouwing van zijn beroep, had hij mogelijk op die dag kennis van de bestreden beslissing. Bijgevolg diende hij zijn beroepschrift alleszins op de zevende dag na de vermoedelijke kennisname in. In deze omstandigheden is het beroep ontvankelijk.
Hoewel er sprake is van specifieke omstandigheden, aangezien de zoon als geïnterneerde in een instelling verblijft en de dochter zelf enige tijd in detentie doorbracht, is het niet onredelijk dat de directeur-generaal dit in de huidige stand van het dossier niet heeft laten doorwegen.
De beroepscommissie stelt tot slot vast dat beroepsindiener geenszins ingaat op moeilijkheden die zich voordeden tijdens zijn detentie in Beveren en die de rechtstreekse aanleiding waren tot het verzoek tot overplaatsing van de directie aldaar.
Er bestaat aldus geen betwisting over de gegevens op basis waarvan de beslissing tot overplaatsing is genomen.
De penitentiaire administratie is met de vereiste zorgvuldigheid tot de conclusie gekomen dat wegens het detentiegedrag van de betrokkene een verdere plaatsing in de gevangenis van Beveren niet meer aangewezen was en kon binnen de grenzen van de redelijkheid besluiten tot de overplaatsing naar de gevangenis van Wortel.
De datum waarop de beroepsindiener kennis kreeg van de beslissing van de directeur-generaal is niet gekend. Aangezien klager aan zijn beroepschrift een bijlage voegt die hij op 2 november 2023 afdrukte met het oog op de onderbouwing van zijn beroep, had hij mogelijk op die dag kennis van de bestreden beslissing. Bijgevolg diende hij zijn beroepschrift alleszins op de zevende dag na de vermoedelijke kennisname in. In deze omstandigheden is het beroep ontvankelijk.
Hoewel er sprake is van specifieke omstandigheden, aangezien de zoon als geïnterneerde in een instelling verblijft en de dochter zelf enige tijd in detentie doorbracht, is het niet onredelijk dat de directeur-generaal dit in de huidige stand van het dossier niet heeft laten doorwegen.
De beroepscommissie stelt tot slot vast dat beroepsindiener geenszins ingaat op moeilijkheden die zich voordeden tijdens zijn detentie in Beveren en die de rechtstreekse aanleiding waren tot het verzoek tot overplaatsing van de directie aldaar.
Er bestaat aldus geen betwisting over de gegevens op basis waarvan de beslissing tot overplaatsing is genomen.
De penitentiaire administratie is met de vereiste zorgvuldigheid tot de conclusie gekomen dat wegens het detentiegedrag van de betrokkene een verdere plaatsing in de gevangenis van Beveren niet meer aangewezen was en kon binnen de grenzen van de redelijkheid besluiten tot de overplaatsing naar de gevangenis van Wortel.