BC/23-0220
Fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Autre décision directeur
BRIEFWISSELING - DEPONERING VOORWERPEN
Klager diende klacht in tegen de beslissing van de klachtencommissie voor zover deze gericht is tegen het niet mogen ontvangen van de DVD's die hij per post liet opsturen.
De beroepscommissie is het met de klachtencommissie eens dat de weigering van de directie om de DVD's te mogen ontvangen en de daarop volgende deponering van de DVD’s een wettige beslissing betreft, aangezien het huishoudelijk reglement stelt dat het de gedetineerde niet is toegestaan om andere voorwerpen dan papierwaren via de post te ontvangen.
De beroepscommissie meent evenwel dat dit een onredelijke beslissing van de directie betreft aangezien de directie eerst de beslissing genomen heeft dit wel toe te staan en klager hiervoor kosten gemaakt heeft die vermeden hadden kunnen worden. Klager mocht er op basis van de toestemming op het rapportbriefje en een precedent (juwelen) redelijkerwijze van uitgaan dat hij de DVD’s kon laten leveren via de post en de kost hiervoor maken. Dat de directie later terugkwam op haar toestemming kan niet toegerekend worden aan klager.
De beroepscommissie vernietigt dan ook de beslissing van de klachtencommissie en verklaart de oorspronkelijke klacht tegen de weigering en de daaropvolgende deponering van de DVD’s op dit punt gegrond. De beroepscommissie legt op dat de deponering van de DVD’s ongedaan gemaakt wordt .
Het beroep van klager is - binnen de perken van het hoger beroep - gegrond.
Klager diende klacht in tegen de beslissing van de klachtencommissie voor zover deze gericht is tegen het niet mogen ontvangen van de DVD's die hij per post liet opsturen.
De beroepscommissie is het met de klachtencommissie eens dat de weigering van de directie om de DVD's te mogen ontvangen en de daarop volgende deponering van de DVD’s een wettige beslissing betreft, aangezien het huishoudelijk reglement stelt dat het de gedetineerde niet is toegestaan om andere voorwerpen dan papierwaren via de post te ontvangen.
De beroepscommissie meent evenwel dat dit een onredelijke beslissing van de directie betreft aangezien de directie eerst de beslissing genomen heeft dit wel toe te staan en klager hiervoor kosten gemaakt heeft die vermeden hadden kunnen worden. Klager mocht er op basis van de toestemming op het rapportbriefje en een precedent (juwelen) redelijkerwijze van uitgaan dat hij de DVD’s kon laten leveren via de post en de kost hiervoor maken. Dat de directie later terugkwam op haar toestemming kan niet toegerekend worden aan klager.
De beroepscommissie vernietigt dan ook de beslissing van de klachtencommissie en verklaart de oorspronkelijke klacht tegen de weigering en de daaropvolgende deponering van de DVD’s op dit punt gegrond. De beroepscommissie legt op dat de deponering van de DVD’s ongedaan gemaakt wordt .
Het beroep van klager is - binnen de perken van het hoger beroep - gegrond.